Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

104

in dienst van Karei I van Engeland en Lodewijk XIV. „II était un charlatan d'une magnificence théatrale et d'une science encore plus trompeuse", zoo luidt het niet onverdeeld gunstig oordeel. Overigens bezocht hij de bijeenkomsten der philosofen en encyclopedisten d'Alembert, Diderot, Holbach, Grimm, en de meest bekende letterkundige Salons, waar vele vrienden verschenen.

Werd het leven hem te druk (1759), dan vond hij een toevlucht in den huiselijken kring van den markies Ducrest de Saint Aubin te Passy, den vader van Mad. de Genlis (1746—1830). Deze schetst hem in hare memoires (blz. 25): een goede veertiger, goed gebouwd, middelmatige lengte, donker haar, bruine tint met regelmatige gelaatstrekken1). Hij sprak de zuidelijke talen, ook het Engelsch, vloeiend, het Fransch met een Piemonteesch accent, hetgeen zijn oorzaak had in het verblijf aan het hof van den koning van Sardinië te Turijn.

Het was Gleichen (1733—1807), zoo schrijft deze in het laatst van zijn leven, een genoegen de voornaamste personen de revue te laten passeeren, die hij op zijn reizen door Europa had ontmoet, die hem hebben geleid, gehuisvest en gevoed. De eerste, tevens de voornaamste in zijn soort, was de beroemde graaf de Saint Germain, dien hij in 1759 te Parijs bezocht in het hotel van de weduwe Lambert, wier dochter door hem (S. G.) het hof werd gemaakt. „Daar hoorde ik, dat hij geheimen bezat, dat de koning hem een deel van het kasteel Chambord in gebruik had gegeven en de Parijsche wereld druk over hem sprak. De adept scheen

1) Mémoires de Mad. de Genlis (1857) p. 25.

Sluiten