Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

kritieken tijd, waarin beslist zou worden of de vrede al dan niet zou komen, was zij bereid om namens minister Kaunitz Bielfeld, den kamerheer van Frederik II, over te halen eenige weken te Weenen te komen doorbrengen, om quasi aartshertog Josef onderricht te geven in de door Bielfeld geschreven Institutions politiques. De proefballon ging echter niet op, en de koning was bijzonder ingenomen met het afwijzende gebaar van zijn kamerheer1), die zich in den gespannen strik niet het vangen.

Toen de gravin van Aldenburg op een leeftijd kwam, dat haar diensten niet meer op prijs gesteld werden, vestigde zij zich voorgoed te Hamburg, waar S. G. haar in 1778 terug zag. Zij en de fransche gezant waren de eenigen met wie hij omgang had. De loge-voorzitter br.'. Dresser schreef 23 October aan br/. von Uffel raadsheer te Geile2): „S. G. heeft zijn intrek genomen in den Kayserhof en leeft op grooten voet. Hij studeert veel en zit dag en nacht te schrijven. Bijna dagelijks ontvangt hij brieven van de keizerin van Rusland en van prinses Amalia van Pruisen (zuster van Frederik II). Buitenlandsche gezanten maken hun opwachting. Bij gravin Bentinck (Charlotte van Aldenburg) op bezoek zag S. G. een fraai gedreven zilveren tafelservies, dat zoo in zijn smaak viel, dat hij verlof kreeg om bij den zilversmid daarnaar een nieuw stel te laten maken".

1) Polit. Corr. des Fr. der Grossen XIX, 233.

2) Deze brief berust In het ma?, archief der loge Friedrich teHannover en is geheel opgenomen in het Freimaurer-blatt Latomia van 19 Dec. 1908, no. 26.

Sluiten