Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 62 —

2.

De algemeene vorm, waarin de waarschuwing tegen het navolgen van vreemde zeden vervat is, maakte het echter niet alleen mogelijk, maar moest er, zooals ieder, die met de Talmoedische methoden van uitlegging vertrouwd is, verwachten kan, van zelf toe leiden de grenzen verder uit te breiden. Vooral voor de Agadische exegese met haar vrijere behandeling van den tekst en haar streven om haar beschouwingen en leeringen over godsdienst en moraal aan het woord van de heilige Schrift vast te knoopen, lag dat voor de hand. R. Levi zegt naar aanleiding-van Lev. 20.26: „Al het doen en laten van Israël is anders dan dat van de andere volken: in hun ploegen, hun zaaien, hun oogsten, hun inzamelen, hun dorschen, in hun graanschuren en perskuipen, in hun jaartelling en tijdrekening", hetgeen met voorbeelden nader wordt toegelicht (Jalk. mrrp eind). Dezelfde stemming, die hieruit spreekt, het toejuichen van het „anders zijn", hoort men ook in de vaak voorkomende uitspraak *), dat de Israëlieten hun verlossing uit Egypte o.a. daaraan te danken hadden, dat zij hun eigen karakter bewaard hadden en hun namen niet hadden veranderd. De nadere toelichting daarbij — om dat en parenthesi op te merken — is wat wonderlijk: „In Egypte werd Ruben niet Rufus genoemd, Simon niet Julianus, Jozef niet Justus, Benjamin niet Alexander".

In dezen gedachtenkring krijgen nu ook de Pentateuchische vermaningen, die wij bezig zijn te behandelen, een ruimeren zin. „Zeg niet: omdat zij (de heidenen) in prachtige kleederen gekleed gaan, wil ik mij ook zoo kleeden, omdat zij purper dragen, wil ik ook purper dragen, omdat zij helmen hebben, wil ik ook een helm op hebben (Sifré ad Deut. 12.30). In Sanh. 74. a, b wordt gezegd, dat in tijden van geloofsvervolging zelfs onbelangrijke voorschriften (r\bp rmti) niet mogen overtreden worden, zelfs niet wanneer het leven op het spel staat. Als voorbeeld daarvan wordt genoemd het veranderen van de schoenriemen (tMNDDi «npn» "WÏ* 'SN) om niet als Jood

Sluiten