Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- o8 -

6) Hierover Ismar Elbogen: Geschichte des Achtzehngebets. (Breslau, 1903) blz. 37 vlg. en Elbogen, o.c, blz. 28, 254 vlg. en 515.

•) Thans ook *0"fl. Hierover Elbogen: Der jüdische Gottesdienst1, blz. 17 en 513.

") In den Franschen tijd, waarin de Synagoge als het ware onder politie-toezicht stond, kende men hier te lande zelfs eene synagogale admonitie in het Hollandsen.

In het Besluit van het Centraal Consistorie van de Israëlieten van het Fransche Keizerrijk van 30 Augustus 1809, waarbij inhoud en voordracht van het formulier-gebed voor Napoleon den Groote en Keizerin Louise werden vastgesteld, staat in art. 5 van den (Franschen en) Hollandschentext:,, Alvorens het Gebed te beginnen> zal de persoon, wien het dragen van het Heilig Wetboek is opgedragen, hetzelve aan der Voorzanger overhandigen, en deze zal, staande met luider stemme afkondigen: „Mijne Broeders, weest aandachtig; men gaat het Gebed voor Zijne Majesteit en voor de Keizerlijke Familie uitspreken. ["] Op deze uitnoodiging zullen alle de aanwezenden opstaan en tot het einde van het Gebed toe blij ven staan. Op het oogenblik der uitnoodiging, zal de Rabbijn zich aan de regter zijde van den Voorzanger plaatsen en het Gebed uitspreken; zullende de aanwezenden bij elke zinsnede daarvan, Amen antwoorden; gelijk het formulier zulks aanduidt." Op het folio-blad (Catalogus van de Tentoonstelling: Verdwijnend Amsterdamsen Ghetto in Beeld, Amsterdam, 1916, No. 1029), waarmede deze Verordening* officieel bekend gemaakt is, wees mij de bezitter ervan, de heer S. Seeligmann, die ook een dubbel octaaf-blad, waarvan alleen de binnenzijde bedrukt is, van deze "Cpn UD nVsn met Hollandsche vertaling in zijne collecties heeft, alsmede twee voor toenmalig Synagoge-gebruik gediend hebbende afschriften, één in het Hollandsen en één in het Hebreeuwsch, en beide voorzien van bovenvermelde in het Hollandsen gestelde opwekking.

•) Samuel Krauss: Synagogale Altertümer,(Berlin-Wien, 1922), blz. 261 vlg. stelt de meervoudig getradeerde beschrijving ervan samen. Zie ook aldaar blz. 171 en Elbogen: Der jüdische Gottesdienst1, blz. 495. De tradent R. Juda ben Ilaj leefde in de 2de eeuw. Prof. Dr. J. L. Palache wees mij erop, dat dit zwaaien met doeken — (in den text THTC = aovSagiov = zweetdoek, zakdoek, doek of vlag) — nog in den Islam voorkomt, en wel bij de z.g. plechtigheid van Arafat. Om aan de duizenden aanwezigen telkens het moment voor een zekere formule, welke dan opgezegd moet worden, aan te duiden, wordt van het seinen met doeken gebruik gemaakt.

Sluiten