Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 130 —

eiland zelf de handelsverbindingen niet verbroken werden is even merkwaardig als mijn opvatting van het Marranenprobleem steunend. Reeds Menasseh ben Israël schrijft in zijn reeds geciteerd adres aan Cromwell, dat de kapitaalkracht der Amsterdamsche en ook Hamburgsche Marranen ook daarom zoo groot was, omdat de nog in Portugal verblijvenden het grootste deel van hun vermogen langzamerhand naar de in het buitenland vertoevenden overgemaakt of beter gezegd in veiligheid gebracht hadden. Maar ook uit rabbinale Responsen aangaande huwelijksquaesties blijkt, dat er een voortdurende verbinding met de achtergeblevenen was. Nog een paar treffende bewijzen wil ik vermelden. Elkan N. Adler heeft in 1903 *°) een brief van Koning Philips IV van Spanje aan den Bisschop Inquisiteur-Generaal van Madrid uit 1655 gepubliceerd, waarin deze een lijst geeft afkomstig van den Spaanschen Consul te Amsterdam van de deknamen der kooplieden-Marranen in Amsterdam met de correspondenten, die zij in Santander, San Sebastiaan, Bilbao, Madrid, Cadix, Sevüla en op andere plaatsen hadden.

Voor jaren heeft mij de heer D. S. van Zuiden op het Gemeente Archief alhier op een Fransche acte opmerkzaam gemaakt, 2 Maart 1642 ten overstaan van Notaris Nicolaas Jacobs te Amsterdam S1) verleden, waarin eenige Christenen verklaren, dat zij de Gebroeders Duarte en Jeronimo Rodrigues Mendes, kooplieden alhier in de Synagoge Casa dTsrael Bendenda, een der drie toenmalige Portugeesche synagogen op Vloienburg (het tegenwoordige Waterlooplein), hebben gezien met een voile blatic d.i. dus een Tallith, het Joodsche bidkleed, over hun kleeren. Ook deze acte moest zonder twijfel voor de Inquisitie dienen.

In 1908 maakte Lucien Wolf in zijn opstel The Jewry of the Restauration een brief sa) bekend van Fernando Mendes da Costa in Londen van 1663 aan diens broeder Jorge Mendes da Costa te Rome, waarin hij naast handelsmededeelingen ook over den toestand der Marranen in Portugal schrijft en hem verzoekt mede te werken, dat de Paus het lot dezer

Sluiten