Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— I3i —

Marranen verlichtte. Aan het einde van den brief staat de mededeeling dat 8 a 900 Marranen uit Castilië en Frankrijk naar het tegenwoordige Italië willen komen.

Ten slotte willen we nog op een belangrijk punt wijzen, dat ook de waarde dezer Marranen voor den handel duidelijk in het licht stelt. Na den vrede van Munster in 1648 wilden de in Nederland verblijvenden het voordeel van het vierde artikel van het verdrag, het wederkeerig oponthoud in de landen der contractanten om handel te drijven voor zich toegepast zien. Dit punt gaf tot veel deliberaties aanleiding, ze worden door Koenen *•) uitvoerig vermeld. Den I3den Juli 1657 verklaren de Staten-Generaal, dat de Joodsche Natie waarlijk zijn onderdanen der Staten. Deze Resolutie was uitsluitend met het oog op den handel en de verbindingen met Spanje en Portugal gegeven, want waarlijk onderdanen hier te lande waren ze al vroeger en herhaaldelijk zijn in buitenlandsche handelsaangelegenheden door de Staten van Holland op verzoek van Parnassijns van de Portugeesche Gemeente te Amsterdam zulke verklaringen afgegeven. Uit een Lettre patent van Lodewijk XIII van Frankrijk te St. Germain 30 Maart 1637 gegeven, waarvan een officieele orgineele plano-druk op het archief der Portugeesche Gemeente te Amsterdam wordt bewaard **), betreffende Portugeesche kooplieden uit Amsterdam, blijkt ook dat in het algemeen door de Staten aan deze Marranen waren gegeven des mesmes droits et privileges que leurs subjets naturels et originaires.

De opvatting van Watjen 88) dat deze Resolutie van 1657 met de bewegingsvrijheid der Joden in de steden te maken heeft is niet juist, evenmin zijn conclusie: „Ihre Lage ward dadurch ein wenig gebessert und sie gewannen trotz Fortdauer der Schikanen grössere Ellbogenfreiheit im internationalen Handel." Ja, Watjen gaat zoo ver, dat hij feitelijk eerst van toen 1657 en door dit besluit de participatie der Marranen bij de Oost-Indische Compagnie van beteekenis gaat achten, terwijl we reeds vroeger uit Menasseh ben Israëls adres aan Cromwell, waarschijnhjk uit 1651, gehoord

Sluiten