Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Utrecht een zekere aflaat verleend aan de „in Christus geloovigen, inwoners van de stad Amsterdam, die de Heilige Stede, waarin gelijk bekend is, de wonderen van het Sacrament der Eucharistie geschied zijn, des avonds godvruchtiglijk bezoeken". Dit document betreft het bekende mirakel, dat, ook blijkens bevestiging door den Magistraat van Amsterdam en den Baljuw van Amstelland, Florens van der Boechorst in 1345, in dit jaar te Amsterdam heeft plaatsgehad. Opmerkelijk is het, dat de stad na deze gebeurtenis, die werd beschouwd als een bewijs voor de tegenwoordigheid van Christus in het H. Sacrament, een bijzondere uitbreiding en ontwikkeling heeft ondergaan, zoowel op geestelijk als op economisch gebied. Tot 1345 beteekende zij niet veel onder de Hollandsche steden, zoodat zij niet in staat was, den graaf een geldelijken bijstand te verleenen, waartoe Naarden, Weesp en zelfs Diemen wel krachtig genoeg waren. Reeds 21 October 1347 werd ter plaatse, waar het wonder geschied was, een fraaie kapel gebouwd, met vier altaren, die zoo talrijke bedevaartgangers trok, dat het reeds in hetzelfde jaar noodig bleek opzettelijk een weg te doen aanleggen naar de „Capelle Terheylighenstede,J en dat aan het onderhoud van dezen Heiligen Weg een aflaat verbonden werd.

Ook de S. Nicolaas-kerk, als eenige parochiekerk, moest om deze redenen vergroot worden.

Begijnen.

Reeds een jaar voor de stichting van de kapel Terheylighenstede, hadden de Begijnen, nabij de plaats van het Mirakel, haar Hof gevestigd, zooals blijkt uit den opdrachtsbrief van Sinte Pieters-avond 1346, waarbij „Coppe van der lane quyt scout tot eenen vrien eyghen dat beghynhuys den ioncfrouwen den begbinen die daer nu in syn, iof hyr namaels in comen zeilen Goede in te dienen, ende heeft hem daer of opghedraghen enen vrien eyghendoem". Het kan worden aangenomen, dat deze Coppe van der Lane, die een hem behoorend huis aan de Begijnen schonk, in „Die Lane" woonde, welke later de Kalverstraat rs geworden, zoodat het Begijnhoften westen, en de Heilige Stede ten oosten van „Die Lane" gelegen waren. Tusschen de H. Stede en het Begijnhof heeft steeds een innige band bestaan.

54

Sluiten