Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegolden; althans later was het een der stelregels van Colbert, en de teekeningen van v.d. Velde doen zien, dat die schepen in pracht niet onderdeden voor onze kostelijkste vlaggeschepen. Bakhuizen, die in 1701 een bundeltje etsen uitgaf, koos voor zijn titelprent den spiegel van het O. I. Compagnie schip „Amsterdam" en voegt bij deze apotheose van de Amsterdamsche scheepsbouwkunst eenige dichtregels, die beginnen:

„Zoo bouwt men hier aan 't Scheeprijk IJ De moerbalk van den Staat en Steeden".

Geen wonder, dat dit grootscheepsche reederij-bedrijf den onderzoekenden Czaar Peter aantrok. Heel wat langer dan te Zaandam heeft hij te Amsterdam op de Compagnieswerf vertoefd.

Het schilderij van Storck met den „Petrus en Paulus", aan welks bouw hij had medegewerkt, enkele scheepsmodellen en het huisje van den onderbaas op het schilderij van Bakhuyzen, herinneren aan zijn beide bezoeken, die beter dan wat ook getuigen voor den hoogen trap van ontwikkeling van de scheepsbouwkunst hier ter stede.

Hoe voortreffelijk de uitrusting en de tucht bij de Compagnie was, blijkt ook uit een verhaal van den Pruisischen grootschipper Nettelbeck, die als elfjarige scheepsjongen van zijn oom op zijn eerste reis omstreeks 1750 op het IJ aankwam. In zijn voor eenige jaren uitgegeven levensbeschrijving verhaalt hij die aankomst. De menigte van schepen, die hier voor anker lagen, en naar oost en west Indië zouden vertrekken maakten, niet het minst ook door de dagelijksche krijgsmuziek ende saluutschoten, grooten indruk op hem. De lust om daaraan mee te doen, werd hem inderdaad te machtig. Als verklaring voor zijn avontuurhjke vlucht zegt hij, dat het bij zijn landslieden als een geloofsartikel gold, dat wie niet van Holland uit op zulke schepen gevaren had, voor geen rechtschapen zeeman kon gelden. Inderdaad — getuigt hij — vindt men bij geen natie een betere orde op de schepen, dan bij de Hollanders.

Een levendig beeld van de Amsterdamsche reede met de in de laag geankerde schepen, nog omstreeks 1780, geeft de prent van D. de Jong in den Atlas van de Zeehavens Op den voorgrond ligt op de scheepskameelen, het schip de „Hol-

105

Sluiten