Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Engdschen adelstand, overleed, wekte zijn keurig verzorgde en minitieus afgewerkte kunst groote bewondering en hooge vereering.

Holland heeft hij nooit beïnvloed en bij heeft van Holland den invloed nimmer ondergaan.

Christoffd Bisschop behoorttotdeschilders vanhet interieur. Fries van geboorte gevodde hij zich bijzonder aangetrokken tot de kleurrijke binnenhuizen van Hindelopen en tot de eigenaardige volksgebruiken dezer schilderachtige vüle-morte, aan Welke hij, zoowel door bekwame stofuitdrulddng ds door zijn warm en kleurrijk pdet, zijn schoonste kunstwerken heeft Onüeend.

Pieter Stortenbeker was een groot vereerder van de natuur. Voor zijn Haagsche tijdgenooten koesterde hij groote waardeering, maar miste hun genialitrit. Zijn meestd gestoffeerde landschappen missen de fijnheid en de atmosfeer, welke hij in de werken van deze laatsten gul bewonderde, v In hun eigen opvatting behoorden ook Johannes de Haas, die zich te Brussel vestigde, waar hij in 1898 overleed — en Julius van de Sande Bakhuyzen, leerling van zijn vader Henricus van de Sande Bakhuyzen, tot de verdienstelijke landschapschilders in dit milieu.

De gebroeders David en Pieter Oyens, Amsterdammers Van geboorte, hebben met hun tijdgenooten der moderne kunst zoo goed ds niets gemeen. Hun werk heeft niets van de gevoeligheid en de stenuning, die in dat der Haagsche meesters de vruchten zijn van het impressionisme. Meestd ontleenen zij hun onderwerpen aan het atelier, waarbij zij in den regd elkander dienen ds model. Toch treft hun werk vaak Jioowel door geestigheid van uitbeelding ds door levendige en deugdelijke behandeling. Beiden overleden te Brussel, — Waar zij ook bij Portaels in de leer zijn geweest, — Pieter in 1894 en David in 1902.

Teruggekeerd tot de Haagsche school, vraagt een nieuwe generatie van jonge kunstenaars, geroepen om voort te bouwen op haar meesterlijk plan, onze levendige belangstelling.

Als wij vol verwachting langs de rij af de scheppingen hunner aanvoerders individueel beschouwen, dan moge haar schoonhdd ons ontroeren en ons geloof in het waarachtig kunstenaarschap dezer nieuwe generatie onwankelbaar zijn,

147

Sluiten