Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

danige wet is het niet gekomen. Zoo bleef het gemeentebestuur van Amsterdam van jaar tot jaar bij provisie zitting houden. Zoo was het nog, toen de constitutie van 1798 door die van 1801 wordt vervangen. Een gevolg daarvan was ook een nieuw gemeentebestuur van Amsterdam. Maar ook dat bestuur komt niet uit de volkskeuze voort; het wordt door het departementaal bestuur in 1802 aangewezen. Zoo is het verder in de revolutieperiode voortgegaan. Onder het staatsbewind, onder den raadpensionaris, onder koning Lodewijk wordt het gemeentebestuur van Amsterdam benoemd door hooger gezag. Van volksinvloed in engeren of ruimeren zin was in die dagen al lang geen sprake meer.

Koning Lodewijk vestigde in 1808 zijn residentie te Amsterdam. Dat kostte Amsterdam zijn majestueus stadhuis, dat wel weinig meer bij den vervallen staat der stad paste, maar toch de burgerij dierbaar was als de herinnering aan een groot verleden. Het gemeentebestuur vestigde zich bescheiden op het Prinsenhof aan de stillen Oude Zijds Voorburgwal: van de glorie der oude regeering was niet veel meer overgebleven. Volgens de constitutie had de koning het recht de regeerinjg te benoemen van zijn residentie; trouwens heel veel meer vrijheid hadden de anderen steden ook al niet. En onder Napoleon bleef uit den aard der zaak de toestand zoo; in de derde stad van het keizerrijk kon van eenige democratie geen sprake zijn. Naar het voorbeeld van den staat en van het departement werd ook in de gemeente de macht geconcentreerd in de handen van den burgemeester of liever den maire. Voor zoover men ten minste van macht kon spreken bij dezen dignitaris, die niet veel meer te doen had dan de bevelen op te volgen, die hem van hooger hand bereikten. Wel bestond er ook nog een gemeenteraad, maar eigenlijk was deze functie zuiver decoratief.

Een belangrijke verandering is nog onder Napoleon tot stand gekomen: de rechterlijke organisatie, die de grondslag is geworden van de nog vigeerende. In 1811 kwam de nieuwe inrichting tot stand, die een einde maakte aan de eeuwenoude rechtsbedeeling. Gelijk overal werden de schepenbank en de anderen stedelijke rechterlijke colleges in Amsterdam opgeheven. Daarmede eindigde alle bemoeiing van de stad met de rechtspraak, die geheel en uitsluitend aan den staat

49

Sluiten