Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nomen. Hunne portretten zijn vereeuwigd, met die van hare naaste familieleden op een schilderij waarvan twee fragmenten onlangs te Amsterdam uit Berlijn zijn wedergekeerd. Dit familie-tafereel, kort na 1506 geschilderd door Jan van Hout, die in het Memorieboek als de schilder vermeld wordt, heeft oorspronkelijk in de eetzaal van het klooster gehangen. Jan van Hout, die vroeger heeft gewerkt dan Jacob Cornelisz, een andere echt Amsterdamsche kunstenaar, was vermoedelijk uit de omstreken van Alkmaar afkomstig, en eenige andere schilderijen kunnen hem worden toegeschreven, die vroeger op naam stonden van Jacob Cornelisz, die uit Oostsanen gesproten was. Hij wordt ook vermeld als schilder van het altaar, en van andere werken in deze kapel van S. Agnes.

Kunst, schutterij portretten.

Op het einde der 15e en gedurende de 16e eeuw is Amsterdam een middenpunt geweest van de schilderkunst, al is daarvan maar zeer weinig meer overgebleven. Het meest is nog bewaard van de portretten, die de schutters telkens van hun „Rot" heten maken zoowel door Allaert Claesz., Dirck Barentsz, als door Dirck Jacobs en Cornelis Anthonisz. Kerkelijke kunst en familie-portretten zijn slechts in zeer gering aantal tot ons gekomen. Acht zeer geschonden fragmenten op doek, die eens een groot tafereel vormden in de H. Stede, dat de geschiedenis van het Mirakel voorstelde, doen slechts betreuren, dat er niet meer van gespaard is gebleven. Blijkbaar zijn ze van Jacob Cornelisz van Oostsanen. Van Scorels Calvarieberg, die, als triptiek, het hoofdaltaar der Oude-Kerk versierde, een beroemd kunstwerk, bestaan slechts drie oude copieën. Verder bleven gespaard het hoofd van S. Nicolaas, een fragment eener schilderij door Heemskerck; en de kop van een os, het overblijfsel vaneen kerstnacht door Pieter Aertsz, in de Nieuwe-Kerk.

Familieportretten.

Ook familieportretten, die toch wel even goed als die der schutters vervaardigd moeten zijn, bleven slechts in zeer klein aantal bewaard. Behalve de beide evengenoemde groepen, kunnen nog worden aangewezen een aantal portretten van mannelijke en vrouwelijke leden der familie Occo, in een

60

Sluiten