Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noemd. Dit laatste zelfs over drie parochies verdeeld. In de duistere eeuwen blijkt verder niets van hun bestaan en eerst in de dertiende eeuw worden wij door hun privileges-wat uitvoeriger ingelicht.

Dat de steden zich als nijverheidscentra geleidelijk hebben gevormd, en juist het vervaardigen van wollen lakens, die het stuk over het congiegeld als de eigenlijke inbreng van Holland in den kringloop van het ruilverkeer op den voorgrond stelt, daar werd bedreven, is af te leiden uit het feit, dat aan de wolnijverheid ontieende namen te Leiden en Delft juist in de oudste kern voorkomen.

Wij behoeven dus geenszins als vaststaand aan te nemen, dat de scheepvaart van Amsterdam eerst van kort vóór het tolprivilegie dateert, of dat zij van anderen dan van Hollandschen oorsprong zou zijn. Wel zoo aannemelijk is het, dat zij reeds lang te voren een rol vervulde in het van de Hollandsche centra uit gedreven ruilverkeer.

Het voorkomen in het stedelijk grootzegel van vóór 1300 van een scheepstype, dat geheel denzelfden vorm heeft, als hetgeen voorkomt in de zegels der Engelsche wolhavens en dat de rozenobels versierde, is dus zeker niet toevallig en past volkomen in de voorstelling van de opkomst van Holland door de wolindustrie en door de scheepvaart, zooals zij bij de Amsterdamsche regeering in de late middeleeuwen nog als traditie gold.

Evenmin behoeft het ons te bevreemden, wanneer het eerste document, dat de vaart in de Oostzee betreft, gaat over een conflict met Lübeck in 1247, het bekende geval, dat Gijsbrecht III van Amstel een aan zijne heden toebehöorende kogge, die aldaar werd vastgehouden, terugeischt.

Begrijpelijkerwijze geschiedt de ontwikkeling van de Amsterdamsche scheepvaart in de Oostzee niet zonder strijd met de Hanze, waarvan Lübeck het hoofd was.

Dat Amsterdam zich niet bepaalde tot het verkeer met de graanhavens, die buiten de Hanze stonden, maar ook elders markten zocht, blijkt uit het in 1277 te Riga verleende privilege voor den handel in Lijfland, wel is waar niet meer in het archief aanwezig, maar waarvan toch nog een authentiek afschrift bestaat.

In 1345 staat Amsterdam in geen enkel opzicht bij de andere

99

99

Sluiten