Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land", dat na den slag bij Doggersbank is te gronde gegaan.

De in 1802 daarbij gedrukte text vormt een sterke tegenstelling met deze prent. De schrijver betreurt dan, hoe door het varen onder vreemde vlag en het steunen op de geenszins onbaatzuchtige vreemde hulp, maar vooral door het verzuim om in de dagen, toen dit geenszins onmogelijk was geweest, als vroeger, een sterke oorlogsvloot te bouwen, handel en scheepvaart nu geheel zijn te niet gegaan.

Het profielgezicht door v.d. Meulen van 1828 vertoont dan ook nog duidelijk de gevolgen van de Fransche overheersching.

Dat het herstel van het havenbedrijf slechts , langzaam is ingetreden, wordt ten deele echter ook verklaard door den toestand der haven zelf en het grooter eischen stellende verkeer.

Reeds sedert lang was het duidelijk geworden, dat het oudHollandsche scheepstype in vele opzichten ten achter stond bij. dat van Engelsche en Fransche bouworde. De eisch voor onze zeegaten van vlotgaande schepen bracht mede, dat men deze zoo vlak mogelijk bouwde. Wel had ook dit sommige voordeden. Zelfs bereikten dergelijke schepen volgens een bericht van 1629 soms in 21 dagen van Amsterdam uit Genua, sneller dan de adviesbrief van hun afvaart per landpost; bij tegenwind stonden dergelijke vaartuigen zeer ten achter bij die welke scherper gevormd waren, doch daardoor dieper traden.

De onvoldoende snelheid onzer convoyers tegenover de Turksche zeer00vers leidde ertoe, dat men in 1727 de leiding der Amsterdamsche admiraüteitswerf aan een Engelschen scheepsbouwer heeft toevertrouwd. P. van Zwijndrecht en Adam Silo, de leermeester in het scheepsteekenen van Czaar Peter, hebben een hevigen pennestrijd gevoerd tegen het door den admiraal Schrijver voorgestane stelsel.

Wel werden nog omstreeks 1810 te Amsterdam zware oorlogsschepen van 74 stukken en 25 voet diepgang gebouwd, die niet te zeer bij die der Engelschen en Franschen ten achter stonden, het transport op de scheepskameelen, (een uitvinding van 1690), over Pampus, en het daarna in dieper water innemen van geschut en lading uit de lichters, veroorzaakte echter veel ongerief en oponthoud. De aanleg van het GrootNoord Hollandsen Kanaal (1819—1825) heeft ten slotte

106

Sluiten