Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mocht hij al uit Oostsanen afkomstig zijn, achter zijn naam staat weldra „Amstelodamensis". Oostsanen's zoon Dirck Jacobsz besteedt zijn kracht aan het oer-Amsterdamsche gegeven van het schutterstuk.

Nooit wakkerde vorstengunst in deze oorden de weelde aan. Hier schraagt geen hoogvliegende verbeeldingskracht de kunst, maar een harde eenvoud herinnert aan den oorsprong der stad: een visschersdorp in een boeren-omgeving. Pieter Aertsen verhaalt de zware vroolijkheid van het boerenbestaan. Zijn kleinzoon Cabel vertelt van de binnenvisscherij in het lage land vlak in de buurt Met rund en huislui maakt Aertsen een Aanbidding; de vischlucht op Cabel's stukjes vervult de atmosfeer. Een stoere provinciale trek is aan die vroege schilders gemeen. Wat er van buiten komt, wat Amsterdam tot woonplaats kiest, dat schikt zich in dien familiekring en heeft aan dit gezond-benepen milieu deel.

Door oudere voorbeelden in het spoor gehouden, deed een reeks kunstenaars, allen door vorming of geboorte Amsterdammers, de vóór den opstand tegen Spanje zoo sobere schutterstukken ontstaan. De dwang der gewoonte het zich zwaar gelden. Al verkeert Dirck Barentsz te Venetië in de omgeving van Titiaan, al zweemt zijn schildertrant in de verte naar dien meester, voor den onbevangene komt bij deze stugge portretkunst geijkte traditie naar voren.

De eerste, die Amsterdam daarvan bevrijdt, die niets meer uitstaande heeft met het omliggende platteland, die van wereld-burgerschap blijk gaf, is de groote Cornelis Ketel. Hij verbaast Amsterdam met een défilé van schutters, dat boven de plaatsehjke merkwaardigheden zijner voorgangers hoog uitsteekt. Kapitein Roosecrans, zijn luitenant en zijn vendrig, musketiers en rondassiers en dragers van slagzwaarden, bewegen zich als op een pompeus tooneel; hier ademt ge de sfeer, waaruit Shakespeare's theaterkunst ontstond. Ketel kende Parijs en Londen. Ketel kende tevens het humanisme dat zich onder het mom van rederijkerij in breede kringen gelden het. Er bruist in zijn zwaar gewapenden, die voor de gegrendelde poort geposteerd zijn, een pathos, dat later door Rembrandt nauwelijks overtroffen is.

Een tweede figuur van minder temperament en reeds met een vleugje academisme behept, bracht boeiende details der 128

Sluiten