Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achter blijft. En dan komt de breuk, die voor Holland een schande en voor de Europeesche kunst de ergste ramp is geweest. Men sluit het raadhuis voor zijn immense persoonlijkheid. Het geniale wordt geruild tegen het karakterloos-oppervlakkige en Rembrandt verstooten om er Ovens voor te verkiezen.

De tragedie met den Claudius Civilis schijnt de duistere geschiedenis van den Fabius Maximus tot voorspel te hebben gehad. In burgemeesters-kamer wilden de regenten herinnerd worden, hoe hoog hun voorbeelden, de consuls van Rome, de waardigheid der magistratuur stelden. Rembrandt's verbeeldingskracht voert meer ten tooneele dan de oude anecdote van Fabius Maximus. Met fier gedragen veldteekenen, met lictoren en centurio's, herrijzen de consulaire veroveringen in hun somber geweld. Dit suggestieve tafereel moest uit het raadhuis verdwijnen en een romantisch getoonde gemeenplaats van Lievens vervult nog heden het nutteloos doel.

Omtrent verloop van opdracht, uitvoering en verminking van den „Claudius Civilis" zijn schaarsche berichten uitgelekt. Dat weinige is voor Amsterdam helaas te veel. Het toeval van Flinck's overlijden verschaft aan Rembrandt de beschildering van een enkele der acht groote lunetten in de statige gaanderij van het raadhuis. Men wende zich tot den rijpen wijsgeer, die in deze zelfde jaren de Staalmeesters schiep. Het schijnbaar onmogelijke werd van dezen Olympiër verlangd: een samenzwering tijdens een gelag, een nachttafereel in den gloed van flambouwen, een dramatisch moment, waar schoonheid naar voren moest komen door geweld van wapenen en hartstochten heen. Rembrandt volbrengt het onwaarschijnlijke, vormt uit het weerbarstig sujet de meest harmonische compositie, die Europa als samensmelting van renaissance en barok heeft zien ontstaan. Zijn vervaarlijke intuïtie doorstraalt het verwarrend-duistere onderwerp. Aan zijn latijnsche cultuur dankte Rembrandt dien scherpen kijk op de barbaren. Civilis en zijn eedgenooten worden met een woede geconcipieerd, waarbij het proza van Tacitus verbleekt. Grillig slaghcht ontrukt aan de donkerte rosse dronkenschap en bleek fanatisme. En als de vastberadenheid zelf die deze passies bestiert, die jong en oud en priester en 134

Sluiten