Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elven de Maatschappij „Arti et Amicitiae" en het daaraan verbonden Fonds voor Weduwen en Weezen van beeldende kunstenaars oprichtte, Johan Hendrik en Johan Philip Koelman, Herman ten Kate en de Poorter..

Deze neo-classieke groep hield stand tot omstreeks 1850. Haar geschiedenis is die van een koel-verstandelijke kunst, van welke de belangrijkheid voornamelijk bestaat in de voorstelling; maar aan deze groep behoort de eer van weer ernstige liefde te hebben gewekt voor de traditioneele schilderkunst en in eere te hebben hersteld het schildersateher, dat bij een vorig geslacht was ondergegaan in de fabriek, van schilder- en teekengenootschappen, scholen en academies in het leven te hebben geroepen, die de kunstenaars onderling weer verbonden en waardoor de beoefenaars der schilderkunst werden aangespoord en in staat gesteld terug te keeren op het verlaten pad, zich los te maken van het classicisme en zich te verheffen boven den wuften geest van de 18e eeuw, die de kunst had verbasterd tot handwerk.

Haar school had echter uitgediend. Na beëindiging der historische verwikkelingen, waaraan zij haar interpretaties voornamelijk had ondeend, bleken haar bronnen uitgeput. Evenals de romantische letterkunde den rug had toegekeerd aan het classicisme in de poëzie, maakte de schilderkunst zich los van de doctrinaire begrippen van haar academisch-verstarde voorgangers.

Een nieuw tijdperk, dat der romantiek, in Frankrijk ingeluid door Eugène Delacroix, Horace Vernet en Alexandre Decamps, doet haar intrede.

Evenals België, waar Wappers en de Keyser den toon aan- > geven, ondergaat ook Nederland den invloed van die school.

Van kindsbeen opgegroeid onder de groote Fransche meesters der romantiek verdient hier het eerst te worden vermeld Ary Scheffer ondanks het feit, dat deze belangwekkende meester niet kan worden.geacht een grooten invloed op zijn Hollandsche tijdgenooten te hebben uitgeoefend.

In 1795 te Dordrecht geboren, vestigde hij zich op zestienjarigen leeftijd reeds te Parijs, als leerling van Guérin.

Het valt niet gemakkelijk voor ons Hollanders van de 20ste eeuw, met onzen aangeboren zin voor het picturale, het hartstochtelijke en rëeele in de schilderkunst, zooals deze hoogtij

141

Sluiten