Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amsterdam, dat de reputatie geniet altijd het middelpunt te zijn geweest van de beschavingsgeschiedenis in Nederland, heeft ook ten opzichte van de ontwikkeling der Nederlandsche schilderkunst in deze beide eeuwen dezen roem gehandhaafd.

Naast de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten en de Maatschappij „Arti et Amicitiae" verrezen in de hoofdstad het Rijks- en Stedelijk Museum, terwijl in het jaar 1874, op initiatief van den kunstzinnigen C. P. van Eeghen, de Vereeniging tot het vormen van een openbare verzameling van hedendaagsche Kunst werd opgericht, die de schilderkunst van heel de 19e eeuw ter harte nam.

Het is niet de bedoeling deze Vereeniging op de voet te volgen van het Trippenhuis naar het voormalige Oudemannenhuis, vandaar naar het Rijks- en later naar het Stedelijk Museum. Naar deze laatste verblijfplaats barer verzameling, het Stedelijk Museum dus, wil ik slechts verwijzen als naar het Monument, dat, — naast het Rijksmuseum, hetwelk, behalve aan zijn rijke schatten uit vroeger tijd, ook een plaats heeft mgeruimd aan de nalatenschap der 18e eeuw, — dank zij de energie en het inzicht harer opeenvolgende besturen, maar dank ook aan de offervaardigheid van kunstlievend Amsterdam in het algemeen en van vele bestuursleden der Vereeniging in het bijzonder, de geschiedenis in beeld bewaart van de ontwikkeling en den bloei der Nederlandsche schilderkunst van heel de 19e eeuw.

C. W. H. BAARD.

152

Sluiten