Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgeheven; de Nederlandsche Bank bewees aanvankelijk niet zooveel diensten, als men ervan had verwacht. De Amsterdamsche handel, onbeholpen staande tegenover geheel nieuwe toestanden, toonde weinig activiteit en wierp alle schuld op de zich naar Belgische belangen richtende protectionistische politiek der regeering.

Aan pogingen tot verbetering ontbrak het niet, vooral van de zijde der landsregeering; door het Groot Noord-Hollandsch Kanaal kreeg Amsterdam een beteren, maar zeer omslachtigen weg naar zee; ter bevordering van het transito-verkeer werd het Rijks Entrepot-dok geschapen.

Gaarne .had de Regeering ook de haven van Amsterdam afdoende willen verbeteren; zij wilde, om aan de voortdurende aanslibbing een einde te maken, het IJ aan de Oostzijde afsluiten, en door een kanaal, dat door Waterland en door Marken werd geprojecteerd, in de verbinding met de Zuiderzee voorzien. Het was een goede oplossing, waaraan later, als de techniek verder gevorderd zou zijn, een kanaal door Holland op zijn Smalst, waaraan Willem I al schijnt te hebben gedacht, kon worden verbonden. Het ongeluk wilde evenwel, dat Amsterdam door de afsluiting van het IJ zijn Zuiderzeevaart vreesde te verhezen; jarenlang heeft het zich ten scherpste tegen deze plannen verzet, smeekende het zijn natuurlijken dood te laten sterven. Eindelijk wist het, door een deel der reeds vroeger ontworpen dokplannen van Blanken over te nemen, den koning te bewegen van zijn plannen af te zien; daarop werden het Ooster- en het Westerdok aangelegd, welker bestaan in later jaren de ingenieurs voor het Centraalspoorwegstation een plaats zouden doen zoeken in het Open Havenfront, tot bederf van de haven en tot onherstelbare schade van het aspect van den IJ-kant.

Toen de Koning, bij het ontbreken van particulier initiatief, door het oprichten der Nederlandsche Handel Maatschappij handel, scheepvaart en industrie verlevendigen en de Indische producten weer naar ons land wilde brengen, vond hij bij het Amsterdamsche kapitaal krachtige medewerking. De nieuwe maatschappij werd echter niet in de oude handelsmetropool, maar in de ambtenarenstad 's Gravenhage gevestigd, terwijl voor de leiding de eerste Amsterdamsche krachten onbenut werden gelaten. Beter werd de toestand

167

Sluiten