Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dit opzicht na den Belgischen opstand, toen de zetel der maatschappij naar Amsterdam werd verplaatst, en vooral na de invoering van het Cultuurstelsel, waardoor weer groote hoeveelheden producten naar Amsterdam werden verscheept; ook de scheepvaart ondervond hiervan belangrijke baten.

De toepassing van den stoom geschiedde te Amsterdam laat en aarzelend. De stedelijke regeering voelde meer voor de beurtschippers dan voor de stoomvaart; de Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij, in 1825 door Paul van Vlissingen opgericht, had, ook door de slechte verbinding met de zee, met groote moeilijkheden te kampen en had haar voortbestaan vooral aan steun van den koning te danken. Een lijn op Londen moest worden opgegeven; alleen een lijn op Hamburg floreerde; zij was voor het goederenvervoer echter van weinig beteekenis. Hetzelfde gold in nog sterkere mate van den spoorweg naar Haarlem, die in 1839 werd geopend; een veel belangrijker plan, dat Amsterdam over Amersfoort en Arnhem met Keulen zou verbinden, en zich vooral op het vervoer van goederen zou toeleggen, kon niet worden uitgevoerd door gemis aan belangstelling van het Amsterdamsche kapitaal; een tweede plan van gelijken aard vond bij de Staten Generaal geen bijval; daarop gelastte de koning bij Koninklijk Besluit den aanleg van den Rijnspoorweg, terwijl hij zelf de garantie der rente van het in de onderneming te steken kapitaal op zich nam; na 's konings dood kwam deze maatschappij, die eerst na 1850 den Rijn bereikte, in Engelsche handen.

Ook bij de industrie vond de stoom eerst laat toepassing. Op het einde van het Fransche tijdperk bestonden hier nog steeds een betrekkelijk groot aantal „etablissementen", waarvan het overgroote deel echter gewone werkplaatsen waren; van groot-industrie was nog geen sprake. De eerste eigenlijke fabriek in modernen zin was die, welke gesticht werd door Paul van Vhssingen, aanvankelijk bedoeld als reparatieinrichting voor zijn Stoomboot Maatschappij. De slechte f inancieele positie van deze laatste maakte het echter onmogelijk het bedrijf daarbij in te brengen, waarop er een Commanditaire Vennootschap van werd gemaakt. De fabriek, sedert 1840 na een bezoek van Willem II Koninklijke 168

Sluiten