Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rede bleef onbeantwoord. Bij de Grondwet van 1848 werd aan elke Kamer het recht gegeven afzonderlijke adressen aan den Koning aan te bieden. Een uitvloeisel hiervan was het bovenvermelde voorstel der commissie, waarmede de Kamer zich bij de openbare behandeling van het herzieningsvoorstel vereenigde. Dit was eveneens het geval, ten minste in hoofdzaak, met de andere voorstellen, behalve die, welke betroffen de zelfstandige commissies van rapporteurs en de amendementen.

De door de afdeelingen benoemde commissie van rapporteurs bracht 15 Maart 1849 een verslag uit, waaruit bleek, dat de hoofdzaak van het voorstel der herzieningscommissie, de zelfstandigheid der commissies van rapporteurs, door de groote meerderheid der leden onraadzaam en hoogst bedenkelijk werd geacht. Er bleek van vrees voor eenzijdigheid der verslagen en te grooten invloed der commissie op de Kamer. De memorie van antwoord was kort. De commissie voor de herziening meende dit te kunnen zijn in het vooruitzicht der openbare beraadslaging, waarbij alle in aanmerking komende bijzonderheden opzettelijk ter sprake zouden kunnen worden gebracht. Die verwachting werd niet beschaamd; de beraadslagingen waren buitengewoon lang van duur. Zij namen den 19den April een aanvang en werden eerst den 27sten beëindigd. Het gewijzigde reglement trad denzelfden dag in werking.

Bij de beraadslaging werd de bekende quaestie behandeld, of de Kamer het recht bezat hare eigen ambtenaren te benoemen. *) Een vierdaagsch debat vond plaats over het voorgedragen stelsel van zelfstandige rapporteurs. De Minister van Binnenlandsche Zaken de Kempenaer trad er scherp tegen in het krijt. Hij zag in het voorstel den toeleg om de Regeering ter zijde te stellen en de rapporteurs baas te doen spelen over de ontwerpen der Regeering en stelde uitvoerig in het licht, hoe het voor de Regeering veelal ondoenlijk zou zijn vóór de beraadslagingen op het verslag der commissie van rapporteurs schriftelijk te antwoorden en dat de gelegenheid om dat antwoord te geven, volgens de ontworpen bepalingen ontbrak. Thorbecke, als beslist

J) Vgl. van Welderen Rengers: Schets eener parlementaire geschiedenis, 2de druk, deel I, blz. 13.

34

Sluiten