Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijzigingen naar de afdeelingen zou kunnen voorstellen en dat gedurende de beraadslaging het oordeel der commissie zou worden gevraagd niet slechts over alle regeeringswijzigingen, maar ook over amendementen. „De commissie van rapporteurs zal op die wijze zijn", schreven de voorstellers „tegelijk mandataris der afdeelingen en een element, dat door aanvulling van hetgeen aan het onderzoek der afdeelingen mocht ontbreken, en door voorbereiding van de wijzigingen van het wetsvoorstel, die de schriftelijke behandeling als noodig aanwijtt, een voornaam deel dier behandeling zal helpen bevorderen. De commissie zal echter niet zijn, wat zij in het stelsel van zelfstandige rapporteurs geweest is, prae-adviseerend omtrent de aanneming of verwerping van een wetsvoorstel, en dientengevolge in de openbare beraadslaging geroepen om de taak der bestrijding of verdediging tegenover de regeering of de oppositie te vervullen. De commissie houdt, na het uitbrengen van haar verslag, als zoodanig op te bestaan, behoudens de taak, die de ondergeteekenden gemeend hebben haar, in het belang eener richtige uitoefening van het recht van amendement, te moeten opdragen."

In de vergadering van 7 December 1864 werd mededeeling gedaan van de door de afdeelingen benoemde commissie. Deze bracht 10 Juni 1865 verslag uit. De bedenkingen tegen de gedane voorstellen waren vele en van principiëelen aard. De meerderheid der commissie kon zich niet met de voorgestelde herziening vereenigen. Zij „was beducht, dat het doen optreden van zelfstandige rapporteurs thans, evenals vroeger, leiden zou tot verflauwing van belangstelling in het afdeelingsonderzoek; tot verkorting van de vrijheid der Kamer, of althans van de daarin aanwezige minderheden, om haar gevoelen te doen gelden; en tot overheersching der Kamer door een betrekkelijk gering getal leden van een zeer werkzamen aard of met bijzondere bekwaamheid begaafd."

De opmerkingen, waartoe de onderdeelen der gedane voorstellen aanleiding gaven, mogen hier met stilzwijgen worden voorbij gegaan, aangezien deze breed opgezette poging om in de werkwijze der Kamer verandering te brengen geen resultaat heeft gehad, daar het voorstel een

56

Sluiten