Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder heropening der beraadslaging, tot de eindstemming zou overgaan of het wetsontwerp met het uitgebrachte verslag aan de afdeelingen ter overweging zou kunnen zenden.

De heer van Zuijlen van Nijevelt zond, nadat hem het verslag der commisie van rapporteurs was toegezonden, eene nota van antwoord in, waarbij hij zijn voorstel zoodanig wijzigde, dat het strekte om alleen de artt. 30—36 (betrekkelijk de schriftelijke voorbereiding van de beraadslaging over wetsontwerpen) van het reglement van 1872 te vervangen door de artt. 30—36 van het reglement van 1852.

Het voorstel-van Zuijlen kwam 17 Maart 1874 in beraadslaging, waarbij tevens in behandeling kwamen de wijzigingen door de commissie van rapporteurs in het reglement voorgesteld.

Het voorstel van den heer van Zuijlen van Nijevelt werd verworpen met 33 tegen 32 stemmen. De voorstellen der commissie van rapporteurs werden met eenige geringe wijziging aangenomen. Bepaald werd, dat het reglement in werking zou treden met 14 April 1874.

(Hand. 1873—1874, blz. 30—32, 1087—1104; bijl. 19.)

IV.

(1874—1888). i

Zitting 1874—1875. Den 16den November 1874 maakte de heer van Zinnicq Bergmann bij de Kamer een door hem in de vergadering van den 14den reeds aangekondigd voorstel aanhangig om artikel 37 van het reglement van orde zoodanig te wijzigen, dat als regel de openbare vergadering des Maandags niet voor één uur geopend en des Zaterdags niet later dan te één uur gesloten zou worden. Hoofdmotief voor dit voorstel was „de ondervinding, door den voorsteller verkregen, dat 's lands belangen groot nadeel lijden bij de opening en sluiting der vergadering vóór en na één uur, op de door hem aangeduide dagen, omdat de aanneming of verwerping der alsdan behandelde wetsontwerpen of andere voorstellen, waarvan de stemming meer op Zaterdag dan op andere dagen plaats vindt, daardoor van het toeval afhangen of aan altijd mogelijke partijmanoeuvres kunnen worden overgeleverd of dienstbaar gemaakt".

76

Sluiten