Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stelling van het rapport, moest vooraf gaan. Het rapporteurschap van Kamerleden mocht in ons land wat ongewoon zijn — schreef de voorsteller — (bijna overal elders stellen de Kamerleden zelf het rapport op), daarvan mocht echter worden verwacht, dat door dien belangrijken arbeid de belangstelling der leden in het werk zou toenemen. Het lidrapporteur zou bevoegd zijn den bijstand in te roepen van den griffier der Kamer.

r In haar rapport zou de commissie alles moeten opnemen, wat kon leiden tot recht verstand van de zaak en tot het in het licht stellen van de beginselen waarop het voorstel berust of, naar het gevoelen van haar zelve of van anderen, behoort te berusten. Zij zou dus ook, hetzij met instemming, hetzij met bestrijding, de in de afdeelingen of in hare eigen vergaderingen geuite gevoelens, zonder vermelding van de namen- der sprekers of van het vermoedelijk aantal aanhangers dier gevoelens, kunnen mededeelen; verplicht zou zij evenwel daartoe niet moeten zijn. Zij zou haar eigen oordeel over het ontwerp behooren uit te spreken en, zoo er verschil van gevoelen bestond, desverlangd ook dat der minderheid. De vaststelling van het rapport zou behooren te geschieden buiten tegenwoordigheid der leden, die in de voorafgaande vergaderingen als bijzitters de beraadslagingen hadden bijgewoond. Vermits het de taak van de commissie zou zijn een eindrapport uit te brengen, zou zij de Regeering kunnen verzoeken zelve of door hare ambtenaren de vergaderingen bij te wonen tot het plegen van overleg} het rapport zou van het daarbij verhandelde melding behooren te maken. Mocht gedurende het onderzoek de Regeering haar voorstel wijzigen, dan zou de commissie ook die wijzigingen in haar onderzoek moeten betrekken.

Medewerking der leden. Om de leden, die den loop der zaak wenschten te volgen, daartoe in de gelegenheid te stellen en het voor hen mogelijk te maken invloed op de beraadslagingen uit te oefenen, strekte ook het reeds vermelde voorstel, dat elk zestal leden bevoegd zou zijn een lid uit zijn midden naar de vergaderingen der commissie af te vaardigen.

Voor de publiciteit van het verhandelde naar buiten zou eene regeling zijn te treffen door te bepalen, dat, indien door de commissie geen geheimhouding werd opgelegd, aan

104

Sluiten