Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer er geene nieuwe leden toe te laten zijn, geschiedt het maken dier opgave dadelijk in de eerste vergadering na de opening.

Art. 7. Zoodra 's Konings keuze aan den tijdelijken Voorzitter bekend geworden is, roept deze de Kamer bijeen, ten einde het voorzitterschap aan den benoemde over te dragen.

ART. 8. De plichten des Voorzitters bestaan voornamelijk: in het leiden van de werkzaamheden der Kamer; in het handhaven der orde bij de beraadslaging; in het nauwgezet in acht nemen en doen naleven van het Reglement van Orde; in het verleenen van het woord; in het stellen der door de Kamer te beslissen vraagpunten; in het aankondigen van de uitkomst der stemmingen en het uitvoeren der besluiten, door de Kamer genomen.

ART. 9. De Voorzitter mag, gedurende de beraadslaging, slechts het woord nemen, om den staat van het geschilpunt aan te wijzen of om de beraadslaging, bij afdwaling, tot het juiste punt terug te brengen. Indien hij over het in overweging zijnde onderwerp het woord wil voeren, verlaat hij daartoe den voorzittersstoel en neemt dien niet weder in, dan nadat de beraadslaging over dat onderwerp is afgeloopen.

ART. 10. Het voorzitterschap wordt in het geval van art. 9, 2de zinsnede, gelijk mede bij ontstentenis van den Voorzitter, waargenomen door een der leden, die met hem, volgens art. 6, op de laatst aangeboden opgave aan den Koning zijn gebracht. Het lid, wiens naam in de volgorde der opgave vroeger is geplaatst, wordt vóór het andere met deze tijdelijke waarneming belast. Bij ontstentenis der beide aangeduide leden wordt de Voorzitter door het oudste lid in jaren vervangen.

Bij het openvallen tusschentijds van het voorzitterschap gaat de Kamer over tot het maken eener nieuwe opgave van drie leden.

ART. 11. Met uitzondering der gevallen waaromtrent bij het Reglement uitdrukkelijk anders is bepaald, benoemt de Voorzitter alle Commissiën.

De eerste bijeenkomst van alle Commissiën, door de Kamer, hare afdeelingen of den Voorzitter benoemd, heeft op uitnoodiging en onder de leiding des Voorzitters plaats. In die bijeenkomst benoemt elke Commissie, die bij artt. 3 en 90 bedoeld alleen uitgezonderd, uit haar midden eenen voorzitter, met de leiding der verdere werkzaamheden belast.

De keuze van den voorzitter der Commissie wordt door den Voorzitter der Kamer aan de Kamer medegedeeld.

De verdere bijeenkomsten worden door de voorzitters der Commissiën geregeld.

De voorzitter van elke Commissie is gehouden aan den Voorzitter der Kamer op diens aanvraag mededeeling te doen van den loop en den stand der werkzaamheden.

Indien eene Commissie door ontslag of overlijden onvoltallig is geworden of door voortdurende afwezigheid van een of meer leden in hare werkzaamheden belemmerd is, wordt zij op gelijke wijze aangevuld, als zij oorspronkelijk is benoemd.

ART. 12. Aan den Griffier der Kamer wordt het beheer opgedragen over de boekerij en over al wat verder tot het huishoudelijke der Kamer betrekking heeft. De Voorzitter, bijgestaan door twee leden, daartoe

11

161

Sluiten