Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt. 97—98. den heer van Karnebeek om dezelfde amendementen, opnieuw voorgesteld door den heer Roodhuyzen, naar de afdeelingen te verzenden, werd verworpen. Hand. 1911—12, blz. 2679—2680, 2696—2706, 2719—2735 (Vgl. voorts Hand. 1920—21, blz. 228).

Voorstellen tot verzending van Regeeringswijzigingen (na verslag) aan de afdeelingen.*) 18 Maart 1881. Een voorstel tot verzending naar de afdeelingen van gedurende de beraadslaging in het wetsontwerp op de rentebelasting gebrachte wijzigingen (door overneming van amendementen) verworpen. Hand. 1880—81, blz. 1015—1018.

3 Februari 1891. Een voorstel tot verzending naar de afdeelingen van door de Regeering in het wetsontwerp tot wijziging der Kieswet aangebrachte wijzigingen, verworpen. Hand. 1890—91, blz. 738—9, 750.

20 Mei 1891 werd een voorstel om het door de Regeering gewijzigde art. 23 der Legerwet naar de afdeelingen te verzenden, verworpen. Hand. 1890—91, blz. 1398—9.

Een voorstel om het wetsontwerp tot wijziging der Lageronderwijswet, nadat door de Regeering een ingrijpend amendement was overgenomen, te zenden naar de afdeelingen, verworpen. Hand. 1911—12, blz. 1807—8.

Op voorstel van 5 leden besloten regeeringswijzigingen in het ontwerp goederenverkeer met het buitenland naar de afdeelingen te verzenden. Hand. 1918—19, blz. 219.

In de zitting 1922—23 werd, op voorstel der commissie van rapporteurs voor het wetsontwerp tot wijziging van de Ouderdomswet, besloten eene nota van wijziging in dat wetsontwerp in de afdeelingen te overwegen. Hand. 1922— 23, blz. 1934.

Op voorstel der commissie van rapporteurs voor het wetsontwerp tot nieuwe regeling van den dienstplicht (zitting 1920—21) werd besloten om op grond van de na de schorsing der beraadslaging door de Regeering in het ontwerp gebrachte wijzigingen, het wetsontwerp opnieuw in de afdeelingen te onderzoeken. Hand. 1920—21, blz. 3015.

Art. 98. Wanneer niemand meer wijzigingen in het aan de orde zijnde artikel oi in de beweegredenen wenscht voor te stellen, noch daarover het woord verlangt te voeren, wordt de beraadslaging over dat deel van het voorstel gesloten.

x) Vgl. het aangeteekende bij art. 34.

342

Sluiten