Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 100. over veranderingen door de Regeering voorgesteld 1) en over de daarmede in verband staande artikelen, kan, tenzij de Kamer anders besluite, vóór de eindstemming worden beraadslaagd. Alleen die voorstellen van nieuwe wijzigingen, welke door de aangenomen wijzigingen of de verwerping van artikelen noodzakelijk zijn geworden, zijn hierbij toegelaten.

Indien gedurende deze laatste beraadslaging nogmaals wijzigingen zijn aangenomen, wordt, tenzij de Kamer anders besluite, de eindstemming wederom tot de volgende vergadering uitgesteld.2) Heropening van de beraadslaging heeft dan niet meer plaats.

Is het voorstel verzonden naar eene Commissie van Voorbereiding, eene vaste Commissie of eene bijzondere Commissie, zoo deelt de Commissie, of hare meerderheid en minderheid buitendien vóór de eindstemming hare zienswijze over het voorstel mede.3)

(Art. 78 1888; art. 71 1874.)

De bepalingen betreffende de tweede lezing van wetsontwerpen dateeren van 1888. Van 1874 af kwam in het reglement van orde eene bepaling voor omtrent het uitstellen van de eindstemming over een geamendeerd wetsontwerp, ten einde aan de commissie van rapporteurs gelegenheid te geven het ontwerp aan eën nader onderzoek te onderwerpen, opdat zekerheid zou bestaan, dat verband en strekking niet verloren waren gegaan. In vroegere reglementen kwam zoodanige bepaling niet voor. Wel was reeds in het voorloopig verslag van 13 Juli 1848 wegens de grondwetsherziening op zoodanig hulpmiddel tegen overijling gewezen en werd bij de herziening van het reglement van orde in 1849 over het systeem van tweede lezing gesproken, als correctief voor mogelijk overhaast aangenomen amendementen (Hand. 1849, blz. 381—3). Ook bij het voorstel tot reglementsherziening in 1872 werd de tweede lezing van wetsontwerpen ter sprake gebracht (Hand. 1871—72, blz. 965—9 en bijl. blz. 745—764), maar, zooals gezegd, het instituut der tweede lezing werd eerst bij de herziening van het reglement van 1888 daarin opgenomen.

J) In de eenmaal aangenomen artikelen kan de Regeering geen wijzigingen meer aanbrengen; zij kan ze alleen voorstellen. Vgl. Hand. 1888—«9, blz. 119—123.

2) Derde lezing heeft nooit plaats gehad.

3) Vgl. o. a. Hand. 1889—90, blz. 96; Hand. 1894—95, blz. 61; Hand. 1919—20, blz. 2188.

354

Sluiten