Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 144. Indien niemand der leden zich tegen de conclusie van het Artt. 143-144. verslag verzet, verklaart de Voorzitter, dat zij is aangenomen.1)

In het tegenovergestelde geval opent hij de beraadslaging daarover en beslist de Kamer. 2)

(Art. 121 1888; art. 112 1874, 1872; art. 113 1852; art. 110 1851; art. 114 1849; art. 108 1846; art. 103 1842.)

Dit artikel bevat geen regeling omtrent de wijze van behandeling van en de beslissing over door de commissie voor de verzoekschriften voorgestelde conclusies. Anders dan bij art. 102 (behandeling van conclusies van verslagen omtrent z.g. Regeeringsbescheiden) zijn in art. 144 geen op de beraadslaging in de openbare vergadering betrekking hebbende artikelen van het reglement van orde van toepassing verklaard. De wijze waarop de beraadslaging wordt gevoerd en de van de voorstellen der commissie voor de verzoekschriften afwijkende voorstellen van leden worden behandeld, is geheel aan het beleid van den Voorzitter overgelaten. Het ligt voor de hand, dat die beraadslaging en behandeling door den Voorzitter in overeenstemming met de in andere gevallen geldende regelen worden geleid. Evenwel heeft het ontbreken van aanduidingen daaromtrent er toe geleid, dat opvolgende Voorzitters niet steeds dezelfde gedragslijn hebben gevolgd bij het in behandeling en stemming brengen van verschillende ten aanzien van verzoekschriften ged ane voorstellen. De van de conclusie van de commissie voor de verzoekschriften afwijkende voorstellen

werd uiteengezet in een rapport over een verzoek van een adressant om schriftelijk antwoord op zijn request. In bedoeld commissieverslag

leest men: omdat deze vergadering, welke in het openbaar

wordt gehouden, en waarvan het verhandelde in de dagbladen wordt vermeld, niet gehouden is, of krachtens de Grondwet, waaruit zij regten en pligten ontleent, kan gehouden worden, antwoord of dispositie aan belanghebbenden te doen toekomen, anders dan door de openbare resultaten harer deliberatiën, zoo is uwe commissie van oordeel, om weder voor te stellen, van ook dit verzoek ter zijde te leggen; hebbende uwe commissie dit laatste punt vermeend met een enkel woord te moeten vermelden, ter inlichting van zoodanige en ook dezen adressant, welke het besluit van deze vergadering op hunne adressen altijd geregeld uit de Staats-courant kunnen vernemen". (De Geer, blz. 98.)

*) Vgl. o. a. Hand. 1923—24, blz. 649, 1352, 2301, 2519; Hand. 1924—25, blz. 837, 964.

2) Vgl. o. a. Hand. 1911-^12, blz. 1990; Hand. 1918—19, blz. 899; Hand. 1921—22, Mz. 2239; Hand. 1922—23, blz. 2601, 2706.

395

Sluiten