Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Kamer inkomende Regeeringsbescheiden op comptabel Artt. 147-148. gebied, met name de jaarverslagen der Rekenkamer, zoowel wat Nederland als wat Oost- en West-Indië betreft, de Staatsrekening en alle andere rekeningen, zooals die betreffende Staatsbedrijven en fondsen (Vgl. het aangeteekende bij art. 102, blz. 361).

Kwartaalverslagen der commissie vindt men in bijl. 1923—24, 240, n°. 1, 2, 3, 4; 1924—25, 195, n°. 1, 2.

Andere verslagen der commissie o. a. in de zitting 1923

24, bijl. 139, nos. 1 en 2; 178, nos. 4—7; 191, n°. 1; 211, n°. 1; 290, n°. 4; 377, n°. 1; 378, n°. 1; zitting 1924—25, 50, n°. Ij bijl. 117, n°. 1; 121, n°. 1; 122, n°. 1; 177, n°. 1; 188, n°. 1; 228, n°. 1.

HOOFDSTUK XII.

VAN DE UITOEFENING VAN HET RECHT VAN ONDERZOEK (ENQUÊTE).

Art. 148. Elk voorstel tot het instellen van een onderzoek (enquête), door leden van de Kamer te doen, wordt, in schrift gebracht en onderteekend, aan den Voorzitter ter hand gesteld. De Voorzitter deelt het voorstel aan de Kamer mede, overeenkomstig het bepaalde bij art. 105.

Wanneer het voorstel gedaan wordt door eene Commissie van Rapporteurs of door eene andere Commissie der Kamer naar aanleiding van het bij haar in overweging zijnde onderwerp, geschiedt dit bij verslag, in eene openbare vergadering uit te brengen.

(Art. 123 1888; art. 116 1874, 1872; art. 117 1852; art. 114 1851.)

Sinds de wet van 5 Augustus 1850 zijn de volgende voorstellen tot het houden eener parlementaire enquête verworpen, ingetrokken of vervallen:

Voorstel-Wintgens tot het instellen eener enquête naar den toestand der nationale visscherijen. Zitting 1852—53, bijl. blz. 256—7, 330—2. Hand. blz. 113—121 (Ingetrokken);

Voorstel-Rochussen tot het instellen eener enquête omtrent het misbruik van sterken drank. Zitting 1854—55, bijl. blz. 831; 1855—56, bijl. 125—7, 330—9; Hand. blz. 563— 588 (Verworpen);

Voorstel-Dullert en Blaupot ten Cate, tot het instellen van eene enquête omtrent de aanbesteding der levering

399

Sluiten