Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

Dit streven heeft aanleiding gegeven tot het sluiten van het Protocol van Genève, welk Protocol een stel van dergelijke wijzigingen en aanvullingen bevat en dat den titel draagt van: „Protocol voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen." Tot het sluiten van eene dergèlijke overeenkomst bestond te meer aanleiding, nu door het op 15 Februari 1922 in functie treden van het Permanente Hof van Internationale Justitie de mogelijkheid voor het op vreedzame wijze oplossen van geschillen tussehen staten belangrijk is uitgebreid.

Het Protocol zal ik hier niet in extenso bespreken, eensdeels omdat dit te ver zoude voeren, anderdeels omdat, .zooals bekend, het in werking treden daarvan op zeer losse schroeven is komen te staan. Ik wil alleen zeggen, dat in het Protocol aan de verplichtingen van de deelnemende staten, om vóór alles hun geschillen aan een vreedzame oplossing te onderwerpen, o.a. ook door uitbreiding van de bevoegdheden van den Raad en de Vergadering van den Volkenbond, van het beginsel van arbitrage en van internationale rechtspraak, een belangrijke uitbreiding is gegeven. Voorts, dat de z.g. individueele oorlog, d.w.z. een oorlog, ondernomen anders dan voor zelfverdediging, dan wel met machtiging van den Raad of van de Vergadering, zoude worden beschouwd als een internationale misdaad en dat tegenover den internationalen misdadiger zoowel economische als militaire maatregelen zouden worden genomen, waaraan onderteekenaars van het Protocol op loyale en daadwerkelijke wijze hun medewerking moeten verleenen.

Bij het vaststellen van het feit, of een staat al dan niet als internationale misdadiger zoude moeten worden beschouwd, zoude men zich zoo noodig gronden op een soort automatische rechtspraak; hierover zoude wel iets te zeggen zijn, maar thans heeft dat geen nut.

Ik constateer echter, dat het Protocol van Genève zelfs de moreele verplichting schept tot het in stand houden van een strijdmacht. Het is wel merkwaardig, dat de eenzijdige ontwapenaars toch oordeelen, dat Nederland het beste kan doen door met spoed te ontwapenen onder het motto: „Waar niets is, verliest de keizer zijn recht". Die zoo oordeelen, willen dus wel van het Recht profiteeren, doch aan de Macht niet mededoen. Men zoude dit kunnen noemen het streven om anderen de kastanjes uit het vuur te laten halen, gesteld altijd, dat er steeds een edelmoedig streven zal bestaan, het gevaar te loopen zich vingers te verbranden ten behoeve van

Sluiten