Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

hem, die wel de baten wil doch de verplichtingen van zich afschuift.

Men moet menschelijk blijven en menschelijk denken; toen bij de beraadslagingen over het Protocol de atmosfeer te Genève zoo bij uitstek gunstig bleek, dacht men een oogenblik dat Engeland zonder meer zijn vloot als rechtsinstrument beschikbaar zoude stellen, waarop echter met spoed een'démenti volgde.

De vredesgedachte wordt inderdaad niet gediend door zich, met baatzuchtigen ondergrond, in een ideëel waas te willen hullen en met behulp van drogredenen en spitsvondigheden een gedragslijn aan te prijzen, die tot de bitterste ontgoocheling kan en moet leiden.

Wij zijn helaas nog niet zoover, dat de mogelijkheid van een gewelddadige oplossing van belangenstrijd tussehen de staten uitgesloten moet worden geacht. Wanneer bij een ontstaand conflict de moreele druk, uitgeoefend door de bij verdrag aangegane verplichtingen, heeft uitgewerkt, dan wordt het weder oorlog, dan ontstaan weder twee kampen en dan zal een geheel ontwapende staat met een geografische ligging als Nederland niet daar tusschendoor kunnen zeilen, het zal eiken stem in het kapittel verliezen en onder den voet worden geloopen. Dan zal alleen het misleide volk wraak kunnen roepen over de machthebbers die het weerloos maakten, voordat de veiligheid er was.

Want daarop komt het ten slotte aan, elke staat, die zich veilig voelt, kan ontwapenen. Overal, waar ontwapening ter sprake kwam, hetzij in Genève, hetzij elders, steeds domineert de trilogie: „arbitrage, veiligheid en ontwapening". Dit wil zeggen, dat, zoodra de staten ertoe kunnen worden gebracht, hunne geschillen nimmer meer zelve te beslechten, doch deze te onderwerpen, hetzij aan eene scheidsrechterlijke, hetzij aan eene rechterlijke procedure, het gevoel van veiligheid zoodanig kan toenemen, dat ontwapening volgt. Dien kant moet het uit en dien kant gaat het gelukkig ook uit. Het is echter eene kwestie van opvoeding en die kost tijd en geld; men kan dat niet dwingen. Daarom moet, zoolang de preventieve werking van deze middelen nog niet groot genoeg is om een oorlog te voorkomen — want als die er is, is het te laat — een preventief werkende weermacht er zijn.

Niémand kan ooit Nederland verwijten dat het niet met hart en ziel medewerkt aan de verwezenlijking van de vredesgedachte, doch ook niemand kan Nederland 't recht ontzeggen, in de rij der volkeren een waardige plaats blijvend te willen innemen. Dat blijve ons ideaal.

Sluiten