Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVIII

Het Bestuur. De artikelen 26 tot en met 30 omvatten de regeling van de artikelen 25 tot en met 30 van het ontwerp der Staatscommissie, samengevoegd onder den titel „Van het Bestuur". Bij de openbare behandeling is in het eerste dier artikelen inderdaad eene belangrijke verbetering gebracht. De regeling van de benoeming van het bestuur vertoonde een belangrijke afwijking van die der wet van 1876, zonder dat deze door Staatscommissie of Regeering met een enkel woord was toegelicht. Terwijl volgens de wet van 1876 het bestuur door de leden en, tenzij de statuten anders bepaalden, ook uit de leden moest worden gekozen, bepaalde het ontwerp: „Het bestuur der vereeniging wordt door de algemeene vergadering benoemd." Daardoor werd het onmogelijk gemaakt alle leden bij de verkiezing te betrekken. Afgezien van het feit, dat het wenschelijk is te achten, dat de belanghebbenden zelf in hun statuten beslissen, hoe zij deze quaestie willen regelen, was het zeker niet onbedenkelijk, dat eene vereeniging, die de algemeene vergadering door een ledenraad wenschte te vervangen, daardoor tevens gedwongen werd voor haar bestuurskeuze het stelsel eener getrapte verkiezing in te voeren. Het moge waar zijn, dat de leden van dezen raad geacht moeten worden de vertrouwensmannen te zijn van de leden, dit neemt niet weg, dat zij slechts een klein deel van die leden uitmaken en dat de bestuursleden gevaar loopen tegenover zoo'n klein getal personen, indien zij daaraan hun betrekking danken en voor het behoud daarvan afhankelijk zijn, hun zelfstandigheid te verliezen. Aanneming van een amendement-Van den Tempel heeft de vrijheid van de regeling der wijze van bestuursverkiezing hersteld, althans afwijking van de wettelijke regeling mogelijk gemaakt.

Voor de keuze van de commissarissen gelden de aangevoerde bezwaren zeker in veel mindere mate, toch is thans ook te hunnen aanzien vrijheid van regeling gegeven. Nieuw ten aanzien van de benoeming van commissarissen is nog de mogelijkheid door de wet geopend een derde van hun aantal door buitenstaanders te laten aanwijzen. De wenschelijkheid daartoe kan blijken bijv. in het geval

Sluiten