Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXI

behoudens het geval van faillissement, tenzij de statuten anders bepalen, het bestuur met de vereffening is belast.

De verbetering erkennende van hetgeen de wet in deze materie voor nieuws brengt, zou men de vraag kunnen stellen, of er geen termen waren geweest deze regeling nog uit te breiden met een tweetal punten, die toch wel de aandacht verdienen.

Het eene punt, het fusievraagstuk, schijnt in de Staatscommissie ter sprake te zijn geweest. Op bladz. 11 van haar rapport toch lezen wij, dat de Staatscommissie op haar verzoek om een beslissing ten aanzien van de drie verschilpunten, die haar verdeelden, als antwoord van de Minister de mededeeling ontving, dat hij zich onder voor* behoud van zijn eindoordeel, met de plannen der Commissie kon vereenigen, met dien verstande o.a., dat geen bepalingen betreffende samensmelting van vereenigingen zouden worden opgenomen. Uit den inhoud van hetrverslag blijkt overigens van deze quaestie niets.

Toch is het fusievraagstuk een, dat, althans in de kringen der verbruikscoöperatoren, belangstelling vindt en in de practijk ongetwijfeld moeilijkheden oplevert. Is daarmede echter gezegd, dat het gemis eener regeling de wet als een fout moet worden aangerekend ? De moeilijkheden, waarvoor men bij de voorbereiding eener fusie staat, zijn meer van feitelijken dan van juridischen aard. Als de fusie zich niet voordoet in een zoodanigen vorm, dat de eene vereeniging de andere geheel in zich opneemt, of zich niet uitsluitend bepaalt tot een bedrijfsfusie, welke de rechtspersonen der vereenigingen onaangetast laat, zal de slotsom altijd zijn de vorming van een nieuwe vereeniging, 'die aan alle voorschriften der wet zal hebben te voldoen. Wil men daarmede geen liquidatie der oude vereenigingen gepaard doen gaan, doch de baten en schulden door de nieuwe laten overnemen, dan zal vooraf de medewerking van de belanghebbende schuldeischers moeten zijn verkregen. Aan afwijking van de bepalingen van het gemeene recht schijnt daartoe geen behoefte.

Een tweede vraag kan echter zijn, of het niet wenscheljjk

Sluiten