Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39

Artt. 39 en 40.

boete, vestigde de M. v. A. er de aandacht op, dat de strafbepaling reeds 'aanmerkelijk zwaarder is dan die van art. 22 der wet van 1876. „De strafbepaling heeft een algemeene preventieve werking, doch de straf kan niet zoo hoog worden gesteld, dat de preventieve kracht garandeert, dat overtreding volstrekt is buitengesloten. Dit is eene algemeene waarheid." M. v. A. Alg. Besch. § 5.

3. Het tweede lid is ingevoegd na aanneming van het amendement op artikel 3, omdat er op de naleving van dat voorschrift -een sanctie moest zijn, en men een boete van ƒ 1000 daarvoor te hoog achtte.

Artikel 39.

In de Handelsregisterwet 1918, Staatsblad n°. 493, worden de navolgende wijzigingen aangebracht:

I. In artikel 2, lid 2, tweeden zin, vervallen de woorden: „en iedere coöperatieve vereeniging".

II. In artikel 9 wordt achter de woorden „is voorgeschreven" ingelascht: „benevens wat in de statuten ten aanzien der aansprakeüjkheid der leden voor de verbintenissen der vereeniging is bepaald".

mr. Aan artikel 21 wordt toegevoegd een nieuw üd, luidende:

„3. Het bepaalde bij de vorige leden vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van bescheiden, die krachtens wetteüjk voorschrift ten kantore van het handelsregister worden neergelegd.".

1. „I houdt verband met art. 2. Hoewel de Commissie deze wijziging niet heeft voorgesteld, achten de ondergeteekenden haar uit een oogpunt van wetstechniek wenschelijk." M. v. T.

II is noodig om dat derden er groot belang bij hebben te weten of er in hoeverre de leden aansprakelijk zijn.

„III is noodig om te verzekeren, dat derden inzage en af schriften van, benevens uittreksels uit stukken op het bureau van het Handelsregister neergelegd, kunnen krijgen." M. v. T.

Artikel 40.

(1) Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Alsdan vervalt de wet van 17 November

Sluiten