Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

te kennen, dat die studie op de goede wijze aangevat werd. Zij die zich hieraan wijdden — blijkbaar worden Kemble en Thorpe hier bedoeld — deden dat uit belangstelling voor godsdienstwetenschap, letterkunde of geschiedenis; zij beperkten zich niet tot het strikt taalkundige.

Maar — gaat de Commissie voort — omstreeks het midden van de 19de eeuw werd dat anders. „De geleerden die de exameneisen voor de Universiteiten van Londen, Cambridge en Oxford vaststelden, hadden of hun opleiding in Duitsland genoten, of zij waren beinvloed door Duitse opvoedkundige idealen en methoden. In hun studie van het Angelsaksies scheidden zij de taal van de letterkunde en de geschiedenis, en hun belangstelling was bijna uitsluitend gericht op taalstudie en fonetiek. Zodoende maakten zij in zekere mate de studie van het Engels onaantrekkelik voor allen behalve de kleine groep van hen wier belangstelling en aanleg meer ging in de richting van de exacte wetenschappen dan van de litteratuur, en die taalkundige problemen behandelden naar de wijze van een scheikundige of natuurkundige."

Nu is het niet volkomen duidelik op welke professoren hier wordt gedoeld.1) Het aantal hoogleraren in het Engels van de twede helft van de 19de eeuw die in Duitsland gestudeerd hebben is al heel gering, namelik één: Napier, de voorganger van Prof. Wyld in Oxford. In diezelfde tijd was er in Engeland, behalve Napier, nog een man die enkel en alleen linguist was: Sweet. Maar Sweet is eerst in 1901 benoemd tot lektor in de fonetiek in Oxford; een andere konnektie met de Universitaire wereld heeft hij nooit gehad. Bovendien kan men van Sweet onmogelik zeggen dat hij onder Duitse invloed stond.

De anderen: Earle, Morley, Skeat, enz. zijn geen van allen uitsluitend taalkundige geweest, of hebben ooit de Engelse filologie uit een zuiver taalkundig oogpunt beschouwd, en geen van hen heeft een Duitse Universiteit bezocht.

Tegenover de indruk van de Commissie dat deze mannen zich bijna uitsluitend met linguistiek en fonetiek bezig hielden, staat het

1) Vgl. R. W. Chambers, Concerning certain great Teachers of the English Language, blz. 9 vlgg.

Sluiten