Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BETEEKENIS VAN SCHUILING ALS ORGANISATOR EN LEIDER DER VACANTIECURSUSSEN VOOR GEOGRAFEN.

DOOR

C. L. VAN BALEN.

De opleiding tot aardrijkskundige geschiedt in hoofdzaak aan de Universiteiten, speciaal die van Amsterdam en Utrecht. H.H. Professoren hebben hun handen vol met hun eigen studie ter bevordering der wetenschap, en met de opleiding der steeds groeiende schaar van studenten in de aardrijkskunde en van hen, die examen M. O. in dit vak willen doen. H.H. Professoren zijn de boorpunten der wetenschap, als men een geologisch beeld wil kiezen; de groeipunten als men 't botanisch wil uitdrukken. Ieder weet, hoe langzaam die arbeid vordert, en wij allen zijn dankbaar aan H.H. Professoren voor den moeizamen arbeid, dien zij alleen, met hun groot intellect en tal van beschikbare hulpmiddelen, kunnen beginnen en ten einde brengen. Door al dien arbeid zijn deze, onze eerste mannen, chronisch overbelast met werk.

Misschien is het hieraan te wijten, dat er over 't algemeen zoo weinig contact is tusschen H.H. Professoren en de leeraren M. O.

Deze laatsten hebben ook geen geringe taak: hun 20, 24, 26, 28, 30 lesuren per week, om nog te zwijgen van degenen, die zelf verder studeeren, lesgeven, boeken schrijven, e. t. q. Het gezin stelt soms zware eischen, vooral als men, zooals veelal het geval in de wereld der wetenschap, niet al te zeer bezwaard wordt door 't aardsche slijk.

In 't algemeen kan gezegd worden, dat een leeraar-in-functie geen tijd meer heeft om wetenschappelijke studies van eenigen omvang ten einde te brengen. Degenen, die neigingen in die richting vertoonen, worden te zeer ontmoedigd door 't gebrek aan tijd en aan hulpmiddelen. 16

16

Sluiten