Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het Zwarte Aarde-type, nam hij niet waar. De kwartaire gesteenten, hebben nagenoeg geen verweeringskorst, de tertiaire en oudere daarentegen des te meer, en allen, onverschillig of zij onder een humied of onder een aried klimaat gevormd zijn, hebben een roodachtige tint.

Anatolië, aldus de schrijver, met zijn centrale woestijn en zijn bergachtige omlijsting, bevestigt nog eens te meer, dat in de vruchtbare streken in de onmiddellijke nabijheid van de woestijn de wieg stond der oude beschavingen.

III. BEIEREN (auteurs: O. M. Reiss en F. Münichsdorfer. De geologische Dienst heeft zich hier tot taak gesteld den bodem te karteeren op een schaal 1 : 25.000 en 1 : 5000, doch uit een petrografisch oogpunt, niet uit een historisch-geologisch oogpunt. Van deze agrogeologische kaarten zijn er 7 verschenen, waarvan 4 uit de omgeving van München en 3 uit het Inn-gebied, welke kaarten alle van een tekst worden voorzien, waarin fysische en chemische gegevens medegedeeld worden, ook den stand van het grondwater, enz. Voorzoover deze gegevens ook kartografisch vastgelegd kunnen worden, geschiedt dit.

IV. BELGIË (auteurs: A. Grégoire en F. Halet). De tweede auteur heeft in 1905 te samen met de Brouwer een agro-geologische kaart vervaardigd op een schaal 1 : 160.000, gebaseerd op de geologische kaart, uit de hand gekleurd, doch niet in druk verschenen. Het origineel is tijdens den oorlog verdwenen; een copie bevindt zich te Gembloux in het Landbouw-proefstation. Gedachtewisseling over een agro-geologische karteering van den bodem is gaande.

V. TSCHECHO-SLOWAKIJE (auteurs: t Kopecky, L Spirhanzl en V. Novak). Dank zij den zeer vruchtbaren arbeid van Kopecky, wiens methode om de gronden te slibben ten behoeve van het microscopischmineralogisch onderzoek ook te Wageningen in het geologisch laboratorium in gebruik is, is men allerwege bezig den bodem te karteeren op een schaal 1 :25.000, grootere en waardevolle terreinen op kadaster-schaal 1 :2880! Bij deze karteering wordt acht gegeven op:

a. het geologisch- en petrografisch karakter van den bodem;

b. zijn vertikale bouw en dikte;

c. de fysische eigenschappen en mechanische samenstelling der afzonderlijke lagen in het bodemprofiel herkenbaar;

d. het gehalte aan humus, kalk en ijzer;

e. den aard van de ingesloten steenbrokjes;

ƒ. merkwaardige verschijnselen (wortelgangen, etc); g. den grondwaterstand;

29

29

Sluiten