Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soorten in het Rhönedal, enz. Afgescheiden hiervan, had de lezing van een aan de Parijsche Universiteit verschenen proefschrift voor het doctoraat in de aardrijkskunde van A. Azam, getiteld „Les limons de la BasseNormandie" (Revue de Géographie annuelle, Tomé XI, No. 1, 1923) hem kunnen leeren, hoe zelfs onder de rook van het „Collége de France" problemen op te lossen zijn, waardoor de kijk op sommige geologische verschijnselen een betere worden kan. Terecht concludeert de schrijver van het proefschrift: „L'étude détaillée des sols apporte un certain nombre de documents permettant de connaïtre des assises géologiques actuellement disparues". En voorts: „l'intérêt de pareilles recherches est trés grand, car il nous donne les éléments nécessaires a l'étude des variations du climat a 1'époque quarternaire", een waarheid, die heden ten dage nog volstrekt geen gemeengoed is geworden voor de over klimaatschommelingen schrijvende geologen en geografen.

XI. ENGELAND (auteur: G. W. Robinson). De studie van den bodem heeft tot nog toe hier, aldus de schrijver, een sterk practische tint gedragen. „The agrogeological aspect of soil research has been somewhat neglected", zoo zegt hij. In den laatsen tijd is er van uit landbouw-wetenschappelijke kringen te Cambridge een aanvang gemaakt met het onderzoek van Cambridgeshire, Bedforshire, Noord-Wales en Schotland. Hoewel een vergelijking van de bodemsoorten, N. van de Theems met die zuidelijk er van, waar het Landijs slechts indirecten invloed heeft geoefend, een zeer belangwekkend punt van onderzoek zou uitmaken, is tot nu toe slechts een zeer bescheiden begin gemaakt met dat vraagstuk in studie te nemen. De beste algemeene overzichtskaart der Engelsche grondsoorten is nog, volgens den Engelschen schrijver, van de hand van den Duitschen bodemkundige E. Ramann!

Waar mogelijk, heeft men de gronden fysisch en chemisch en een hoogst enkele maal ook mineralogisch onderzocht. De studie van den natuurlijken plantengroei in verband met den bodem (de oekologische plantengeografie) is daarentegen zeer in trek.

XII. ZWITSERLAND (auteur: H. Burger). Ook hier begint de schrijver met de klacht, dat het onderzoek van bodemsoorten in dit land veel meer de bedoeling had tot nu toe de practijk van dienst te zijn dan de wetenschap. Een poging om hier een zelfstandige organisatie in het leven te roepen, faalde. Bodemkaarten te maken gaat zeer moeilijk en zal voorts met zeer veel kosten gepaard gaan, indien de kleine grondbezitter er evenveel aan zal hebben als de grootgrondbezitter. Een onderzoek naar de voornaamste bodemtypen in dit land met zijn gecompliceerde geologische 32

32

Sluiten