Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en toe een eg ontbreekt (waarschijnlijk door afslag), dat soms een eg „in twie pajen" voorkomt en dat ééns drie eggen samen uitdrukkelijk er geteekend worden als een fok; deze ligt in den zuid-oosthoek van de Miede in de buurt van Oudemaats- of Oudemanswiel.

^ De dijkplichtigheid berustte in Hollum op dezelfde grondgedachte als in Ballum. Maar wijl de Miede van Ballum betrekkelijk weinig omland had tegen die van Hollum veel, moest hier wel een grooter deel der miededijken dan ginds l) — en zelfs wel stukken van de naar de Waddenzee gekeerde dijken, bijv. de Berouwsdijken vlak bij de Tonneduinen aan den zuidwestpunt van de miede, waar ook veel omland hgt — vallen buiten de „achtendeelsdijken."

Deze laatste waren, evenals het achtendeelsland, verdeeld in eggen (bijv. Buitendijken, de le eg, de 2e eg enz.), telkens dan door een eggepaal van elkander gescheiden; zoo althans behoorde het; in de dijkboekjes worden deze steenen veelal met een kruis of een T-vorm aangegeven. Iedere dijk-eg (Hilma enz.) verviel, naar den trant der land-eggen, in „deelingen", in elke eg achtereenvolgens met de er thuisbehoorende twierenamen, en elke dezer deelingen weer in vier vierdeparten.

Wie in een bepaalde twiere vier achtendeelen bezat (een kwart dus van deze twiere) had dienovereenkomstig in elke deeling dezer twiere in den dijk één vierdepart te onderhouden; bezat men minder dan vier achtendeelen, zoo placht men naar verhouding af en toe in den dijk een deeling over te slaan.

Niet alle dijk-vierdeparten waren even groot, vaak slechts 1 k 2 meter lang, soms langer, soms korter.

Onder de niet-achtendeelsdijken waren er ook (de zgn. „korte dieken" 2) aan weerskanten van den reed-weg, die in het zuiden het dorp verlaat en waar men vroeger, in den tijd der gemeene weide, evenals bij de andere uitgangen van het dorp, hekken („stekken") had om het vee te keeren) die behoorden bij de achterliggende „hiemen" van dorpshuizen, althans in den laatsten tijd; oudere dijkboekjes zwijgen van deze dijkjes (een van 1809) of (een van 1827) vermelden wél als een der belendende erven Pieter Jacobs hiem, maar zeggen tevens, dat de dijkjes „leggen op Sents en Wierts", met vermelding van de tot deze eggen behoorende twieren. Te dezer plaatse zal doorbraak en afslag hebben plaats gehad.

*) Slechts een enkel ballumsch dijkboekje wijst niet>achtendeels»dijken aan, n.1. die van Stroekshiem; ook Heershiem had zulke dijken. 2) Naam. die bij Hollum ook elders voorkwam.

75

Sluiten