Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Was in 1910 nog 47.97 % van de tuinbouwoppervlakte (in bedrijf bij tuinders!) te vinden in de z.g. Tuinbouwgebieden, in 1921 was dit aandeel gedaald tot 44.07 %. Elders is dus de tuinbouw sterker toegenomen. Het minst deelen de zandgronden en de veenkoloniën in deze vermeerdering, zooals de cijfers duidelijk te zien geven. De afstand tot de groote consumptiecentra is daar vrij groot; maar ook de algemeene verkeersontwikkeling, de aansluiting bij het groote spoorwegstelsel, laat daar nog te wenschen over.

Nu was in de beide jaren 1910 en 1921 de werkelijke oppervlakte tuin" grond weel grooter dan bovenstaande cijfers doen zien. Immers, daarbij kwam dan nog de oppervlakte, bij landarbeiders en bij andere particulieren in gebruik, en verder nog hetgeen voor bijbedrijf (ooft!) van de landbouwers diende. Een en ander moge weer uit eenige getallen blijken:

Totaal Tuingrond in Nederland.

1904 72231 H.A. 1913 81460 H.A.

1910 76661 „ 1921 94656 „

1912 80329 „ 1923 98258 „

Dat is dus ongeveer dubbel zooveel als hetgeen alleen in bedrijf is bij beroepstuinders!

De in het jaar 1912 gehouden Tuinbouwtelling geeft de destijds voor de verschillende bedrijfsvormen of gewassen in gebruik zijnde oppervlakten als volgt op:

I cd • tn T3

0 * 98 SS 8«> 8J3 3 t > x' B

1 O I'S % £ .So ° * oè!

° H J j I 1 o i <»

Groningen. . . 515 | 171 1026 | 119 25 — 1856 | 0.9

Friesland ... 783 221 — 75 13 2 1094 0.4

Drente .... 89 14 2 34 8 — 147 0.1

Overijsel ... 356 684 52 65 28 5 1190 0.6

Gelderland . . 1222 7282 2 230 46 — 8782 3.~

Utrecht. ... 526 3017 4 105 40 - 3692 3.9

Noord-Holland . 9198 776 1516 312 158 1773 13733 6.9

Zuid-Holland. . 6566 1779 100 916 108 4017 13486 5.6

Zeeland ... 531 1757 10 103 5 98 2504 1.7

Noord-Brabant . 1256 1406 46 441 23 - 3172 1.1

Limburg . . . 1391 7323 17 127 7 — 8865 6.6

Nederland. . . 22433 24430 2775 2527 461 5895 58521 2.4

*) Verslagen en

Mededeelingen van de Directie van Landbouw,

1913 No. 6.)

95

95

Sluiten