Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als gemiddelde van 21 jaren1), door Chaplin berekend, 13,1 -4- 42,3 -j119,8 = 175,2 mM.

Indien dus de uitspraak van Dr. Vogelstein juist is, zou de regenval in de eerste eeuwen ongeveer driemaal zoo sterk zijn geweest als thans!

Evenwel rijzen hier vragen.

Allereerst, wat is de Tefach? Weliswaar wordt deze door Vogelstein*) op 9 cM. geschat, maar anderen nemen deze handbreedte kleiner aan. Zoo schrijft Krauss3): An sich ergibt die Handbreite kein sic her es Masz, weil die Finger sowohl Iose als gepresst gehalten werden können." Hij komt tot de berekening 1 Tefach = 74 mM. In dit geval wordt het regencijfer van Vogelstein reeds met ± 20 % gereduceerd.

En voorts <— hoe is de vorm van het meet vat? „Das Gefasz" dat Vogelstein zonder meer noemt, „das bestimmte Gefasz" waarvan Krauss gewaagt, „les récipients spéciaux" door Vincent vermeld — niemand weet, hoe de vorm van dit meetvat was. Indien het b.v. overeenkwam met de koren vat en, zooals we die kennen van een korenpot uit Gezer *) — dan liep dit vat naar onderen spits toe: mitsdien werd dan een handbreedte aan water vrij snel bereikt.

En eindelijk: Is de voorstelling van drie perioden in de verhouding 1:2:3 niet al te simplistisch? Is hierin niet eenige voorliefde voor het schematische? Diezelfde verhouding komt nog eens in een andere schatting voor: im dürren Boden sollte der Regen 1 Tefach, ün mittelmaszigen doppelt, un aufgebrochenen Ackerland dreimal so tief in die Erde eindringen5).

Het wil ons voorkomen, dat deze Talmudische gegevens omtrent regenmeting geen zekerheid geven over de hoeveelheid van den neerslag. Willen we dus komen tot beantwoording van de vraag of de regenval verminderd is, dan moeten we in een andere richting zoeken. De methode die wij volgen is, de mededeelingen van Bijbel en Talmud te vergelijken met de kenmerken van het tegenwoordige klimaat").

Zooals bekend, is het klimaat van Palestina gekenmerkt door winterregens en zomerdroogten: een gevolg van de verschuiving van den passaatgordel. De droge passaatachtige winden uit het Noorden waren ook in

x) Thomas Chaplin. Das Klima von Jerusalem. Zeits. Deuts.Pal. Ver. 1891 bl. 95. 2) Op gezag van: Zuckermann. Das jud. Maszsystem. *) Samuel Krauss. Talmudische Archaologie II bl. 388. *) Atb. bij Krauss II bl. 197. 5) Vogelstein bl. 3.

•) Het vergelijken van de tegenwoordige toestanden met de voorstelling, die deBijbel ons geeft, wordt voor de irrigatie ook gedaan door R. Schuiling in zijn. boek: „Het Gebied der Middellandsche Zee" bladz. 122. 114

114

Sluiten