Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET DROOGDAL VAN COLMONT BEW. UBACHSBERG EN DE STEILRANDEN (GRAFTEN), DIE IN ZIJN HELLING VOORKOMEN

DOOR

Dr. JACOBA B. L. HOL en Dr. W. C. KLEIN.

In het kalkgebied van Z. Limburg treft men langs de hellingen der dalen, speciaal der droge dalen, maar ook b.v. in het dal van Geul en Selzer Beek, 1 a 5 M. hooge, steile, 10 è 500 M. lange randen aan, die de dalhellingen van 10° è 30°, waarin zij voorkomen, plotseling onderbreken en doorgaans als perceelscheiding dienst doen in de bouwlanden. Hoogten van 10 M. zijn uitzondering. Slechts hoogst zelden vindt men bosch- of grasland ter plaatse der graften. De topografische kaart 1 :50000 geeft deze randen voldoende nauwkeurig aan.

Zooals ook door Ir. L. A. J. Keulier werd opgemerkt, zijn de graften het talrijkst en het meest geprononceerd in het gebied van de Kunrader Kalk (Ma) en weihcht ook nog in dat van het Gulp en sch Krijt (cr. 4). Zoo b.v. te Eys in het dal van de Eyserbeek en omgeving. In het Maastrichtsen Krijt (M) komen ze niet zoo veelvuldig voor.

Een der dalen, waarin zij zeer typisch ontwikkeld zijn en ook op de topografische kaart op markante wijze tot uitdrukking komen, is het droogdal, dat bez. Ubachsberg ontstaat, en dan bez. langs Colmont, Colmontsbosch, den Wrakelberg en Fromberg naar Etenaken aan de Geul leidt. Het is een der grootste droogdalen van Z. Limburg, bijna 6 K.M. lang en over een kleine 5 K.M. geheel in kalksteen ingesneden. Het is de afwisselend uit harde en zachte banken bestaande stylohethen-kalksteen van den Kunraderkalk, welke hier in enkele ontsluitingen in de hellingen o.a. bezuiden Fromberg te zien is (vgl. PI. IV) en ook enkele harde zandsteenbanken of lenzen schijnt in te sluiten, te oordeelen naar een vroeger aanwezig groot horizontaal hggend blok, uitstekend uit een der genoemde randen ten Z.W. van den Wrakelberg, in de Noordhelling van het dal. 134

134

Sluiten