Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meest onderscheidt men lage, middenhooge en hooge heidevelden. De lage worden meest tot grasland gemaakt; de middelhooge meest tot bouwland; soms maakt men na eenige jaren van dit bouwland weer weiland. De hooge worden meestal tot bosch ontgonnen. Weihcht zal ook in Drente wegens de groote vraag in de komende jaren door de Zuiderzeewerken de griendcultuur ter hand genomen worden.

De ontginning tot bosch, in de oorlogsjaren hier en daar wat vooruitgaande, gaat thans meest uit van het Staatsboschbeheer en van den Bond van Orde.

De ontginningen der zandgronden kunnen we tot twee groepen brengen: groote en kleine. Groote ontginningen gaan van kapitaalkrachtige personen en(of) maatschappijen uit. De Heide-Maatschappij voert meest de werken voor groote ontginningen uit. Een model-ontginning is die van het Zeyer Veld, van wijlen Oud-Minister J. T. Cremer. Deze is beschreven door den Inspecteur der Heide-Mij., K. Dilhng. Andere groote ontginners zijn de Heeren Korteweg, Wiersma, Woldering en Mörzer Bruyns, Koch, 's Jacob, Reinecke, Linthorst Homan.

De landbouwleeraar van Drente, Prof. Elema, vindt, dat deze ontginningen moeilijk een voldoenden economischen grondslag kunnen hebben door de hooge kosten der arbeidsloonen, enz. Hij beveelt veel meer aan, den kleinen boer te helpen in de kleine ontginningen, waarvan hij veel heil verwacht. Afzonderhjk dient genoemd te worden het ontginnen van heidevelden door gemeenten en vereenigingen als middel tegen werkeloosheid, zooals o.a. in de Gemeente Beilen.

De ontginningen dagteekenen eerst uit den tijd der invoering van kunstmest Vóór dien werd het eigenlijke bouwland weinig of niet uitgebreid, wel de groengronden.

De Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten heeft thans ook enkele stukken in Drente onder zijn beheer, terwijl Prof. v. Veldhuysen te Groningen bij Zeegse in zijn bezitting „De Adderhorst" de inheemsche flora onder zijn bescherming heeft genomen.

Het aanleggen van nieuwe wegen zal de ontginning nog zeer bevorderen.

§ 7. Landbouw en veeteelt8). I. Het zandgebied. Uitsluitend als bouwland doen de hooge zandgronden der esschen dienst, terwijl de graslanden meest langs de stroompjes aangetroffen werden. Op de esschen is rogge het hoofdgewas, maar procentsgewijze lang niet meer zooals vroeger, zooals uit onderstaande tabel bhjkt (de oppervlakte in H.A.).

175

Sluiten