Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap echter behoeft de waterscheiding geen „scheiding" te vormen, hetzelfde landschapskarakter kan zich over de waterscheiding heen voortzetten, en omgekeerd kan langs eenzelfde rivier een verandering in het landschapskarakter optreden, zoodat b.v. het bovenste gedeelte van een riviergebied een geheel vormt met het overeenkomstige gebied van een naburige rivier, terwijl het benedengedeelte een geheel ander karakter draagt. Ook uit een oogpunt van verkeersgeografie of meer algemeen van anthropogeografie vormt zulk een waterscheiding geen „scheiding", noch de groote noch de kleine bestuurseenheden, noch de staatsgrens, noch de gemeentegrens volgens deze „natuurlijke" grenslijnen.

Het hydrografisch effect van een aantapping kan van groote beteekenis zijn en toch in het landschap geen groote veranderingen veroorzaakt hebben, terwijl in het landschapsbeeld een kleine onbet eekenend e aantapping een zeer eigenaardige afwijking van de normale rivier- en dalhjnen teweeg gebracht kan hebben.

Als voorbeeld van een weinig beteekenende aantapping kan men de aantapping bij Palhen noemen, tegenover Trier, waar een ravijn, uitgaande van uit de zijrivier van de Moezel, de Sirzenicher Beek, er in geslaagd is, een tweede van deze evenwijdig met de hoofdrivier stroomende beekjes, de Gillen Bach, aan te tappen, zoodat deze een geringe verkorting ondergaan heeft. De vroegere benedenloop, circa 3.75 K.M. lang, is nu tot droogdal geworden. Grebe1) schijnt deze aantapping ontdekt te hebben. Wij zien hier, hoe door de zijwaartsche verplaatsing van de hoofdrivier, de Moezel, een insequent zijrivierenstelsel in tweeën gesneden werd, en de het dichtst bij den hoofdrivier gelegen zijrivier erin slaagde, door middel van een terug erodeerende ravijn de verder afgelegen rivier aantetappen. Het hydrografisch effect van deze aantapping is uiterst gering, de Gillen Bach bevat weinig water, ook over de korte watervalstreek stroomt slechts een zeer geringe waterhoeveelheid af, tenminste in den zomer.

Van grooter beteekenis is het hydrografisch effect van de aantapping van Odershausen bij Wildungen.

Het landschapsbeeld van Wildungen.

De hoofdrivier van het Hessisch laagland („Hessische Senke"), die achtereenvolgens de namen Wiera, Schwalm, Eder en Fulda draagt, is voor de wateren, die over de oosthelling van het Leisteengebergte van den Rijn

*) Erlauterungen zur geol. Specialkarte von Preussen ü.s.w. Blatt Trier. S. 4. 212

Sluiten