Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat der parallellen evenwijdig met den evenaar en dat der meridianen loodrecht daarop. De onderlinge afstand der laatste is gelijk en dezelfde als de meridiaansafstand in den evenaar. De parallellen zijn alle even lang als de equator; hun onderlinge afstand wordt poolwaarts steeds grooter. Bij deze projectie wordt dus elk deel in noord-zuidehjke richting uitgerekt en wel evenveel als de cilinderprojectie het reeds in oost-westelijke richting doet.

De Mercator-projectie is conform (winkeltreu, isogonal, orthomorph) en daardoor is ze van zoo groote beteekenis geworden voor de zeevaart: de loxodroom, een hjn, welke de meridianen alle onder eenzelfden hoek snijdt, wordt in deze projectie als een rechte hjn voorgesteld. Een zeeman heeft dus, algemeen gesproken, slechts begin- en eindpunt zijner reis door een rechte hjn te verbinden en kan dan direct met behulp van een gradenboog den koers aflezen.

Tegenover dit voordeel staat het, vooral voor geografische kaarten groote nadeel, dat de oppervlakte van een figuur poolwaarts met sec.* <p toeneemt, terwijl op den bol de oppervlakte van b.v. een tweegradenvak in die richting afneemt. Op 60 ° is de oppervlakte 4 X *) op 80 ° 33 X- op 89 0 3283 X zoo groot als ze zijn moest. De polen kunnen in 't geheel niet in deze projectie afgebeeld worden. Vooral de bewerkers van kaarten, welke verschijnselen uit de physische en anthropo-geografie weergeven, moesten zich meer bewust zijn, dat de niet-equivalente Mercator-projectie voor hun doel totaal ongeschikt is. Men behoeft slechts twee wereldkaarten, een in de Mercator- en een in een equivalente projectie, naast elkaar te leggen om te zien, dat de eerstgenoemde een geheel verkeerd beeld geeft. Dan eerst ziet men hoe klein Europa is in vergelijking met Afrika, dat het gebied der Jakoeten en Toengoezen zeker niet grooter is dan dat der Negers, dan merkt men, dat het toendragebied kleiner is dan de tropische plantengebieden. Ook al houdt men zoo goed mogehjk rekening met het feit, dat de schaal der kaart in de Mercatorprojectie met de secans der breedte verandert, dan is het m.i. toch zeer moeilijk zich een juist beeld, wat de oppervlakte betreft, voor te stellen. En vooral voor de leerlingen onzer scholen deugt ze zeker niet. Het is niet voldoende hen er telkens op te wijzen, dat b.v. de oppervlakte van Groenland slechts i/s van die van ZuidAmerika is, dat Sumatra tweemaal zoo groot is als Groot-Brittannië, dat IJsland kleiner is dan Java. Deze enkele voorbeelden, andere worden zelden gegeven, zullen ze kunnen onthouden, maar ze zullen zich moeilijk kunnen denken hoe groot of liever hoe klein ze zich een bepaald deel van Siberië

i) Op 65° 5,6 X, op 70° 8,5 X, op 75° 14,9 X 272

Sluiten