Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de oplossing brengen moest en ook bracht, zeer eenvoudig. Men het de plantjes koopen en gaf een eigendomsbewijs af. Nu waren zij gerust. De diepere ondergrond is, dat deze menschen. die nog geheel leefden en dachten in het genealogisch verband, zich eenvoudig niet konden voorstellen, dat een vreemde, buiten dat verband, hen iets zou schenken, zonder daarmede een nevenbedoeling te hebben.

Zoo werd ook de aanplant van Ficus elastica aanbevolen. Plantmateriaal werd verkregen van de Oostkust en een demonstratieveld aangelegd (foto No. 3). Deze boom levert een uitnemende kwaliteit rubber. De cultuur moet echter wijken voor de Hevea braziliensis, die de merkwaardige eigenschap heeft te reageeren op wondprikkels, zoodat een eenmaal geslagen wond, die geprikkeld wordt, blijft produceeren, hetgeen bij den ficus niet het geval is. De cultuur heeft dan ook geen ingang gevonden.

Daarnaast werden aanwijzingen gegeven voor den natten rijstbouw. Met Toba-Bataks werd in de buurt van het etablissement een terrein geirrigeerd en daarop werden de sawahs aangelegd (foto No. 1). Dit is voor de bevolking van groot nut geweest. Tot nu toe kende men alleen de droge ladang-bouw met al de nadeden van dien.

Dadelijk vroeg het vraagstuk der verbindingen van deze afgelegen streek de aandacht. Dit vraagstuk was niet zoo eenvoudig op te lossen. De streek toch behoort geheel tot den bovenloop van de Simpang Kanan en de Simpang Kiri, die zich even boven Singkel aan de Westkust vereenigen en dan gezamenlijk naar zee stroomen.

De hoofdrichting van deze affluenten is de Soematra-richting, n.1. Zuidoost-Noordwest. Zij behooren dan ook alle tot de groote serie van lengtedalen, die zich tusschen de bdde westelijke Barisan-coulissen hier uitstrekt van de Atjeh-rivier af tot het ingressie-dal van de Semangka-baai, in de Lampongs, toe. Op een gegeven oogenblik breken zij dan door de westelijke coulisse heen en bereiken zoo den oceaan.

Van Zuid naar Noord vinden wij zoo hier de Tjënëndang-rivier, in welks gebied de Kelasan-Pak-Pak wonen en die met de Soelampi de Simpang Kanan gaat vormen, na de doorbreking naar het Westen.

Ten Noorden daarvan stroomen de Ordi en de Koembi, waar de SiemSiem-Pak-Pak wonen en die beide doorbreken naar de Simpang Kiri.

Daarop volgen de Sëmbëlén en de Lao Rënoen waar de Pëgagan- en de Këpas-Pak-Pak wonen die beide mede doorbreken naar de Simpang Kiri. In de beneden Lao Rënoen vinden wij dan nog een kolonisatie van de Karo-Bataks, die daar eenige bloeiende kampongs gesticht hebben. Juist daar nu, waar deze rivieren door het gebergte naar het westen

351

Sluiten