Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

Na 88 jaren te hebben geheerscht, gedurende welken tijd tien vorsten den troon bezet hadden, werd de laatste Mongoolsche keizer in 1368 van den troon gestooten door den Chinees Chu Yung Chang (een gewezen priester, die den opstand aanvoerde), die daarop den troon voor zichzelf aanvaardde onder den naam van Hung Wu en zijne residentie vestigde in het tegenwoordige Nanking aan de Yangtze rivier. De dynastie aldus door hem gesticht ontving den naam van Ming-dynastie (1368—1644). Wij komen nu tot de laatste periode der Chineesche geschiedenis, van 1368 tot den tegenwoordigen tijd. Twee dynastieën vullen dit laatste tijdvak, de reeds genoemde Chineesche Ming-dynastie en de andere van Manchuoorsprong en bekend als de Chingdynastie.

Hung Wu, de eerste Ming Keizer, was een bekwaam en verstandig vorst. Na een regeering van dertig jaren gaf hij den scepter over aan zijn kleinzoon, zestien jaar oud, die echter reeds spoedig afgezet werd door zijn oom, Yung Loh, een der zonen van Hung Wu.

Yung Loh (1403—1425) bracht de hoofdstad weder naar Peking over. Hij annexeerde Tonking als een Chineesche provincie, en is vooral bekend wegens de groote codificatie der Chineesche wetten, die tot den aanvang der republiek de grondstellingen van staatsregelingen, administratie en rechtspraak door het gansche rijk uitmaakten. Gedurende de regeering van Cheng Teh (1506— 1522) kwamen de eerste Portugeezen te Canton aan (1516), terwijl onder Wan Lih (1573—1620) de Japanners Korea binnenvielen en de eerste Jezuïtische missionarissen in China kwamen. Ook de Manchu legerscharen drongen sterk naar het Zuiden in deze tijden, en vestigden hun hoofdstad te Moekden in 1625. Terwijl deze onverzoenlijke vijand China in het Noorden bedreigde, brak er een ernstige opstand uit binnen de grenzen van het Keizerrijk en wel in de provincies Shansi en Shensi, onder de leiding van Li' Tzu-cheng en Chang Hsien-chung. Stad na stad viel in handen der opstandelingen, totdat eindelijk eerstgenoemde den titel van Keizer aannam en tegen Peking oprukte. De Keizer van China, Chung Cheng, de laatste monarch der Ming-dynastie, er aan wanhopende den toestand te kunnen redden, pleegde zelfmoord, hetgeen den tegenstand zoo zeer deed verzwakken, dat Peking ingenomen werd. Een der Chineesche generaals, Wu San Kwei, riep om den dood des Keizers en den val der dynastie

Sluiten