Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

155

Anhwei Kiangsi, Httnan, Hupeh, Szechwan, alsmede Thibet en Kokonor. Tientsin: heeft, rechtsmacht voor de provinciën Chihli, Shantung, Honan, Shansi, Shensi, Kansu, Sinkiang, alsmede Mongolië en de provinciën van Mandsjoerije, Shengking, Kirin en Heilunchiang. Men ziet hieruit, dat er vier Nederlaudsche consulaire rechtbanken in China zijn. Alleen de consulaire Techtbank te Shanghai wordt door een beroepsambtenaar (Consul-Generaal) voorgezeten; over die te Amoy en Canton presideeren honoraire consuls (Nederianlanders), terwijl het consulaat (en tevens het voorzitterschap der Rechtbank) te Tientsin sedert eenigen tijd door den Belgischen Consul waargenomen wordt.

Joekes 1) verdeelt de consulaire rechtspraak in drie verschillende soorten:

1°. algemeene rechtsmacht (Art. Ic, Cons. W.)

2°. beperkte rechtsmacht (Art 6. lo, Cons. W.)

3°. scheidsrechterlijke werkzaamheid (Art. 6. 2° en 3° Cons.W.), terwijl Paulus 2) eenzelfde indeeling geeft. Het is de algemeene* rechtsmacht, onder sub 1° bedoeld, welke door de consulaire ambtenaren in China uitgeoefend wordt. Deze sluit vanzelf-sprekend de scheidsrechterlijke werkzaamheden (sub. 3°) in, terwijl ^natuurlijk uitgebreider is dan de beperkte rechtsmacht (sub. 2°), welke slechts op bepaalde geschillen betrekking heeft. Wij zullen ons hier bepalen tot de algemeene rechtspraak, welke aan de consulaire ambtenaren in China toegekend is. Deze wordt geregeld in hoofdstuk III der Consulaire Wet. Dit hoofdstuk is verdeeld in zes afdeelingen:

a. de eerste afdeeling geeft eenige Algemeene Bepalingen;

b. de tweede afdeeling handelt over de rechterlijke bevoegd¬

heid van den consulairen ambtenaar;

c. de derde afdeeling beschrijft de samenstelling en be¬

voegdheid der consulaire rechtbanken en de voorziening tegen hare uitspraken ;

d. de vierde afdeeling regelthet proces in burgerlijke zaken;

1) Mr. A. M. Joekes, Schets van de bevoegdheden der Nederlandsche Consuls (Leiden 1911), blz. 45;

2) Mr. J. Paulus, Het Consulaire Eecht en de Consulaire Werkkring ('s-Gravenhage, 1890), blz. 61.

Sluiten