Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

137

rieus, exotisch of althans uitheemsch, den anderen keer doodgewoon te klinken. De God Pan(stoofpan,) de vogel Rok(vrouwenrok), de godin Ra(scheepsra), Peer Gynt (juttepeer), de wijsgeer Kant(kloskant), een Tam-tam(tam konijn). Woorden veranderen volkomen van aspect, zoodra ze van beteekenis veranderen. Alle mogelijke woordspelingen en grappen zijn gebaseerd op die schijnverandering, die woorden onherkenbaar maakt en menschen belet, te realiseeren, wat te zeggen. Een bedrukt gezicht, bedrukt briefpapier. Koffie aanvoeren, argumenten aanvoeren, een leger aanvoeren. Een boom vellen, een oordeel vellen. De vorm dier monsters, waarin de inlanders een dier zagen. Leedwezen, loodswezen, Opperwezen. Generaal Harington (harington); diefstal, paardestal. Je hebt teer op je jurk, dat is jammer, het rose is zoo teer. Onweer, brandweer. Het Militair Gerecht, een smakelijk gerecht. Het blauwe meer, eet nu toch niet meer. Waar waren de waren? Het is niet waar. Alle waar naar zijn geld. Zaagt gij dit hout? Neen, ik heb geen zaag. Zaag? Ik vroeg je of je het ziet. Geen van beiden realiseeren ze, dat ze hetzelfde woord zeggen. „Ze is vleesch noch visch, ze is nog maar een bakvisch". Bak visch is zoo vergroeid met zijn incidenteele beteekenis van jong meisje, dat de persoon die dit zei, er niet meer de gedachte aan visch aan verbond. „Ze hebben er beslag op gelegd". „Wat zal dat een vieze boel zijn geweest." Vieze boel? Ja, beslag van meel en water. We hebben echt genoten. Zoo, zijn jullie al getrouwd? (echtgenooten). Welk een geheel andere impressie geeft „je hebt teer aan je jurk" dan „het rose is zoo teer". Hoe zou dit mogelijk zijn, als een woord wezenlijk een eigen expressieve kracht bezat? De schooljongen, die zijn zomervacantie in Moret doorbracht en dagelijks daarna het boekje van „Ahn en Moret" gebruikte, had tot de Kerstvacantie toe, nog nimmer verband tusschen den plaatsnaam en den eigennaam gezien. Daarop opmerkzaam gemaakt, zei hij: het leek een heel ander woord. Iemand die jaren in Frankrijk had gewoond en daar altijd van Roquefort, Camembert en Gruyère hoorde, zag in „Volvette kaas" een

Sluiten