Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

Volgens dit systeem zou dus de in verzuim zijnde schuldenaar alsnog zijn verplichting tot vervulling mogen nakomen. En wel tot aan de dagvaarding ')•

En de wanprestatie naar den inhoud, of bij het koopcontract de ondeugdelijke levering? We zagen dat beide geleerden een ondeugdelijke levering wilden beschouwen als een handeling tegen het contract. Het zou voortaan niet meer gelijk te stellen zijn met riet-levering, doch beschouwd worden als een aparte categorie, als niet-behoorhjke levering, waarbij een sommatie tot nakoming niet meer te pas zou komen. Wij lezen het er niet met zooveel woorden, maar het mag wel als de bedoeling aangenomen worden, dat de niet-behoorlijke nakoming van het contract medebrengt, dat nakoming alsnog niet meer te pas komt, en dus evenmin een sommatie tot nakoming.

De naar den tijd wanpresteerende schuldenaar zou wel mogen zuiveren, de naar den inhoud wanpresteerende niet!?

Eén ding is zeker logisch. De h, die bij de tijd-vraag den rol speelt van het verzuim-moment te fixeeren, kan deze rol bij de inhoud-vraag niet vervullen. Als zuiveringstijd geldt de tijd tusschen verzuim-oogenblik en de dagvaarding — als eventueele zuiveringstijd bij het tweede zou moeten gelden de tijd tusschen het moment der wanprestatie en de dagvaarding. De I., die het verzuim-moment fixeert, zou bij dit laatste een volkomen overbodige rol vervullen. Een eenvoudige mededeeling van ondeugdelijkheid zou voldoende zijn; noodig zou enkel zijn dat verkooper het weet. In het eerste, consequente stelsel (blz. 10) zou. bij algemeene acceptatie der zuivering . een I. bij de wanprestatie naar den inhoud beteekenis hebben. Maar in het laatstbehandelde (blz. 12 vlg.) heeft in dat geval de I. geen reden van bestaan. Het is dus logisch, dat deze mede vervalt.

Het toepassen eener I. bij de wanprestatie naar den inhoud

>) Drucker wil de zuivering ook toelaten na de dagvaarding, mits aangeboden worden ook de kosten van de dagvaarding en de verdere proceskosten tot het oogenblik van het aanbod. R. M. 1915. blz. 557 (zie onder blz. 54).

Sluiten