Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

deze partij nimmer gehad, maar daarnaar haar belangrijkheid af te meten zou onjuist zijn. Haar geestverwanten worden grootendeels gevonden onder de lidmaten van de Ned. Hervormde Kerk. Doordat zij nu niet als de B. v. Chr. S. gelooft in de spoedige mogelijkheid van het socialisme, het niet ziet, volgens Daan van der Zee, „als noodwendig komende" *), daarom is haar invloed binnen de kerk misschien sterker geweest dan van den Bond. De huivering voor het nieuwe, dat in ieder socialisme ligt zoolang de samenleving nog op kapitalistische basis staat, behoefde men niet te overwinnen. „De eenheid van heel het menschelijk geslacht die voorop gesteld moet worden" 2) kon gehandhaafd blijven.

Maar toch, iemand, die schrijft: „Al is het socialisme een veel harmonischer maatschappelijk stelsel, daarom is het nog niet mogelijk. En eerst als wij gelooven, dat het socialisme meer^ harmonisch en in afzienbaren tijd mogelijk is, komt de eisch tot ons, maar dan ook onafwijsbaar, om socialist te worden",8) zoo iemand nadert het socialisme toch zeer, men zou hem kunnen noemen een socialist-in-hope en het is te begrijpen, dat in de practische politiek hij meer zich schaarde onder de socialistische dan onder de christelijke partijen.

Vooropgesteld het gebrekkige van iedere vergelijking, neemt de Christelijk-sociale partij onder de Protestantsche partijen ongeveer dezelfde positie in als de democraten der Katholieke Staatspartij, tegenwoordig bekend als de St.Michaëlisten.

In „Opwaarts" behandelt van der Zee meerdere keeren de verhouding van christelijk-sociaal en christen-socialistisch. In religieus opzicht verschillen zij oorspronkelijk (wij zijn voor 1912) niet veel. Mogelijk bezit de christelijk-sociale partij bijna uitsluitend haar aanhangers onder de Ned. Hervormden terwijl de Bond een sterke Gereformeerde invloed heeft ondergaan. Men denke hier slechts alweer aan Kuyper's invloed. Van der Zee behandelt dan ook vrijwel alleen de sociale kwestie.

„De christelijk-sociale partij zal getuigen tegen sociaal onrecht en sociale misstanden. Heel dit getuigen tegen

J) Opwaart», Jrg. 2, n°. 25. '4 De Klaroen, Jrg. 1, n°. 14. 8) Idem, Jrg. 2, n° 25.

Sluiten